Wat is een marketingdoelgroep?
Wat is een marketingdoelgroep? Leer je doelgroep afbakenen, je doelgroepkaart invullen en het verschil met een associatieve doelgroep begrijpen.

Je wilt weten wie je met je aanbod en communicatie moet bereiken. Dan heb je een doelgroep nodig die je team op dezelfde manier begrijpt. Een aanduiding als ‘ondernemers’ of ‘marketingmanagers’ geeft een richting, maar laat veel vragen open. Over welke organisaties gaat het? Wie beslist? En in welke situatie is jouw aanbod relevant?
In dit artikel lees je wat een marketingdoelgroep is, hoe je die afbakent en hoe je haar vastlegt op een doelgroepkaart. Ook zie je waar de associatieve doelgroep van Neurofactor een ander criterium toevoegt.
Wat betekent marketingdoelgroep?
Een marketingdoelgroep is de afgebakende groep mensen of organisaties waarop je je marketing richt, omdat je die groep met een bepaald aanbod wilt bereiken en bedienen. De keuze van deze groep bepaalt waar je je aandacht en middelen op richt. Deze definitie sluit aan bij het begrip target market. OpenStax, §5.5
Voor de doelgroepkaart maak je die keuze concreet: wie hoort erbij, voor welke beslissing en onder welke voorwaarden? De naam van de doelgroep is het korte label; de segmentsamenstelling beschrijft de grenzen.
Waar komt het begrip vandaan?
Het begrip doelgroep sluit in marketing aan bij de ontwikkeling van marktsegmentatie en het selecteren van doelmarkten. Een vroege wetenschappelijke publicatie hierover is Product Differentiation and Market Segmentation as Alternative Marketing Strategies van Wendell R. Smith, verschenen in 1956 in het Journal of Marketing. Die publicatie documenteert de historische bespreking van marktsegmentatie als marketingstrategie; daarmee is niet vastgesteld wie het Nederlandse woord ‘doelgroep’ als eerste gebruikte. Smith, 1956
In 1968 beschreef Russell I. Haley benefit segmentation: het indelen van mensen op basis van de voordelen die zij bij een product zoeken. Zijn voorstel laat zien dat segmentatie al vroeg verder ging dan alleen beschrijvende kenmerken van kopers. Haley, 1968
Dat is relevant wanneer je een marketingdoelgroep vergelijkt met een associatieve doelgroep. Het verschil moet je zoeken in het gekozen groepscriterium, zonder marketingsegmentatie te beperken tot leeftijd, geslacht of inkomen.
Wat is het verschil tussen een segment en een doelgroep?
Een marktsegment is een deel van een markt dat je onderscheidt op gedeelde kenmerken of behoeften. Marktsegmentatie is het proces waarmee je zulke groepen vormt. OpenStax, §5.1
Bij targeting kies je op welke groep of groepen je je marketing richt. Een segment hoeft dus niet automatisch jouw doelgroep te worden. OpenStax, §5.5
Voor onze doelgroepkaarten onderscheiden we daarnaast de groep die je commercieel wilt bedienen van de mensen die je met een specifieke boodschap wilt bereiken. Denk aan een organisatie als mogelijke klant en een inkoper als ontvanger van je informatie. Leg beide vast als dat onderscheid voor de beslissing relevant is.
Op basis waarvan kun je een doelgroep afbakenen?
Marketingsegmentatie kan geografische, demografische, psychografische en gedragskenmerken gebruiken. Daarmee kunnen onder meer locatie, leeftijd, waarden, leefstijl en gebruiksgedrag onderdeel zijn van de afbakening. Een marketingdoelgroep hoeft dus niet uitsluitend uit mensen met dezelfde zichtbare kenmerken te bestaan. OpenStax, §5.1
Voor een praktische doelgroepkaart kies je alleen criteria die voor jouw vraag verschil maken. Een functietitel kan bijvoorbeeld nuttig zijn voor het vinden van respondenten, terwijl betrokkenheid bij een aankoop nodig is om te bepalen of iemand jouw onderzoeksvraag kan beantwoorden.
Je kunt de afbakening toetsen aan vijf gangbare criteria: is de groep meetbaar, bereikbaar, voldoende substantieel, onderscheidbaar en daadwerkelijk te bedienen? OpenStax, §5.4
Bij Neurofactor vertalen we dat voor de kaart naar een eenvoudige controle: kan een collega met jouw beschrijving bepalen of een nieuwe respondent wel of niet bij de groep hoort? Als dat niet lukt, is de afbakening nog onvoldoende expliciet.
Hoe verschilt een marketingdoelgroep van een associatieve doelgroep?
Binnen de Neurofactor-methodiek gebruiken we de volgende werkdefinitie:
Een associatieve doelgroep is een afgebakende groep mensen bij wie overeenkomstige associaties richting geven aan beslissingen binnen een specifieke keuzecontext.
De marketingdoelgroep legt vast op wie je je richt. Bij een associatieve doelgroep vormen de gedeelde associaties die een keuze sturen het specifieke criterium waarmee je mensen samenbrengt.
| Vraag | Marketingdoelgroep | Associatieve doelgroep binnen de Neurofactor-methodiek |
|---|---|---|
| Wat leg je vast? | De groep waarop je je marketing richt | De groep met overeenkomstige associaties die richting geven aan een bepaalde keuze |
| Waarmee baken je af? | De voor je marketingdoel relevante criteria | Een herkenbaar associatiepatroon binnen een omschreven keuzecontext |
| Wat moet je onderbouwen? | Waarom deze groep relevant en bereikbaar is | Welke associaties worden gedeeld en hoe die samenhangen met de beslissing |
| Wat betekent de groepsnaam? | Een korte aanduiding van de gekozen doelgroep | Een korte aanduiding van het onderzochte of nog te toetsen associatiepatroon |
Binnen deze werkwijze kunnen mensen uit één marketingdoelgroep tot verschillende associatieve doelgroepen behoren. Ook kan een associatief patroon over verschillende functies of leeftijdsgroepen heen lopen. Dat zijn mogelijkheden die je onderzoekt; je neemt ze niet vooraf als uitkomst aan.
Dezelfde woorden noemen is daarbij onvoldoende. Twee mensen kunnen allebei ‘zekerheid’ belangrijk vinden, terwijl de één daarmee een voorspelbare prijs bedoelt en de ander persoonlijke begeleiding. Onderzoek daarom welke betekenis een associatie heeft en welke rol die speelt bij de keuze. Een gedeeld woord bewijst op zichzelf geen gedeeld beslispatroon.
Deze werkdefinitie is de methodische invulling van Neurofactor. De historische bronnen in dit artikel onderbouwen de bespreking van marketingsegmentatie; zij valideren niet dit specifieke model van associatieve doelgroepen.
Hoe bepaal je een marketingdoelgroep?
Onderstaand stappenplan is onze praktische vertaling naar het werken met een doelgroepkaart.
- 1Benoem de beslissing. Gaat het om het kiezen van een leverancier, het aanvragen van informatie of het overstappen naar een ander product? Kies één duidelijke context voor de kaart.
- 2Bepaal wie betrokken is. Noteer of je gebruikers, beïnvloeders, inkopers of uiteindelijke beslissers onderzoekt. Combineer rollen alleen wanneer dat voor je vraag zinvol is.
- 3Schrijf de grenzen op. Leg vast welke kenmerken nodig zijn om tot de groep te behoren. Noteer ook relevante uitsluitingen. Een organisatiegrootte of termijn voeg je alleen toe met een reden.
- 4Controleer je aannames. Gebruik bijvoorbeeld bestaande klantgegevens, interviews en selectievragen. Markeer wat je hebt vastgesteld en wat nog een hypothese is. Een intern gekozen grens is nog geen onderzoeksbevinding.
- 5Leg de groep vast. Geef haar een korte naam en beschrijf de samenstelling. Noteer de datum en informatiebasis, zodat een collega de selectie kan begrijpen en herhalen.
Voorbeeld van een afgebakende doelgroep
Fictief voorbeeld ter illustratie - geen onderzoeksresultaat.
Stel dat je wilt onderzoeken hoe middelgrote bedrijven een nieuwe CRM-leverancier kiezen. ‘Marketingmanagers in het mkb’ is dan een mogelijk begin, maar nog geen volledige selectieomschrijving.
Een concretere omschrijving is:
Marketingverantwoordelijken bij Nederlandse B2B-dienstverleners met 20 tot 100 medewerkers, die deelnemen aan de keuze voor een nieuw CRM-systeem binnen twaalf maanden. Zij vergelijken aanbieders en adviseren over de keuze. De directie keurt de investering goed. Zelfstandige adviseurs die uitsluitend namens klanten optreden, vallen buiten deze onderzoeksgroep.
De omvang en termijn zijn in dit voorbeeld gekozen onderzoeksgrenzen. Ze zijn geen algemene norm voor een goede doelgroep.
Vervolgens kun je onderzoeken of binnen die marketingdoelgroep verschillende associatiepatronen bestaan. Misschien verbindt een deel ‘een goed CRM’ vooral met overzicht en rust, terwijl een ander deel denkt aan groeikansen en commerciële slagkracht. Zolang dit nog niet is onderzocht, zijn het hypothesen. Pas wanneer het patroon en de relatie met de keuze voldoende zijn onderbouwd, kun je beoordelen of een afzonderlijke associatieve afbakening bruikbaar is.
Wat vul je in op de doelgroepkaart?
Houd de korte aanduiding en de volledige selectieomschrijving uit elkaar. Voor het fictieve CRM-voorbeeld ziet dat er zo uit:
| Veld op de kaart | Invulling |
|---|---|
| Doelgroep | Marketingverantwoordelijken bij B2B-dienstverleners met CRM-vervangingsplannen |
| Segment samenstelling | Gebruik de vier zinnen uit het voorbeeld hierboven |
| Segment-code | MKT-CRM - een intern gekozen code |
| Beschrijving | Marketingverantwoordelijken die CRM-aanbieders vergelijken en de directie adviseren over een investering |
Voeg bij de kaart als beheergegeven toe of het om een marketingdoelgroep, een associatieve doelgroep of een nog te toetsen groepsindeling gaat. Bij een associatieve doelgroep leg je daarnaast het associatiepatroon, de keuzecontext en de gebruikte onderbouwing vast.
Een label als ‘zekerheidszoekers’ is daarmee nog niet volledig. Je moet kunnen uitleggen welke zekerheid wordt bedoeld, waarop de indeling berust en voor welke beslissing zij geldt.
Welke fouten wil je voorkomen?
- Een naam gebruiken als selectiecriterium. ‘Ambitieuze ondernemers’ klinkt herkenbaar, maar vraagt een expliciete definitie van ambitie en een manier om die vast te stellen.
- Selectie en verklaring verwarren. Het feit dat je respondenten op functietitel selecteert, bewijst niet dat die titel verklaart waarom zij kiezen.
- Iedereen dezelfde voorkeur toeschrijven. Gebruik een groepsbeschrijving om onderzoek en keuzes te organiseren; controleer welke verschillen binnen de groep relevant blijven.
- Een hypothese als resultaat opschrijven. Zet bij veronderstelde associaties duidelijk dat ze nog moeten worden getoetst.
- De keuzecontext weglaten. Een indeling die je gebruikt voor CRM-selectie kun je niet zonder onderzoek overnemen voor bijvoorbeeld werkgeverskeuze.
Een doelgroepkaart ondersteunt keuzes, maar vervangt de onderbouwing niet. Noteer daarom welke gegevens en onderzoeksstappen achter de kaart liggen. Trek geen conclusies over marktomvang, voorspellende waarde of causaliteit als je onderzoeksopzet daar geen basis voor biedt.
Wat betekent dit voor jouw doelgroepkeuze?
Begin met een expliciete afbakening: wie wil je bereiken, voor welke beslissing en op basis van welke criteria? Gebruik de doelgroepkaart om die keuze overdraagbaar te maken.
Wil je mensen vervolgens groeperen op overeenkomstige associaties die hun keuze sturen, leg dan ook dat criterium vast en onderzoek het. Zo blijft zichtbaar wat je commercieel hebt gekozen en wat je over het beslispatroon hebt vastgesteld.
Bronnen geraadpleegd op 22 september 2026. De associatieve doelgroep is in dit artikel uitgewerkt als werkdefinitie binnen de Neurofactor-methodiek. Het praktijkvoorbeeld is fictief.
Welke associaties geven richting aan de keuze van jouw doelgroep?
Wil je jouw doelgroep scherper afbakenen? Bespreek welke beslissing je wilt begrijpen en welke informatie je daarvoor nodig hebt.
Begrippen
- Marketingdoelgroep
- De afgebakende groep mensen of organisaties waarop je je marketing richt, omdat je die groep met een bepaald aanbod wilt bereiken en bedienen.
- Marktsegment
- Een deel van een markt dat je onderscheidt op gedeelde kenmerken of behoeften.
- Marktsegmentatie
- Het proces waarmee je groepen binnen een markt vormt.
- Targeting
- Het kiezen op welke groep of groepen je je marketing richt.
- Associatieve doelgroep
- Werkdefinitie binnen de Neurofactor-methodiek: een afgebakende groep mensen bij wie overeenkomstige associaties richting geven aan beslissingen binnen een specifieke keuzecontext.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een marketingdoelgroep en een marktsegment?
Een marktsegment is een onderscheiden groep binnen een markt. Een marketingdoelgroep is de groep waarop je je marketing besluit te richten. Je kunt dus meerdere segmenten onderscheiden en er vervolgens één of meer selecteren als doelgroep.
Is een doelgroep hetzelfde als een persona?
Nee. Een doelgroep beschrijft een groep. Een persona is een uitgewerkt voorbeeldprofiel waarmee je een klanttype voorstelbaar maakt. Een persona kan helpen bij communicatie, maar vormt op zichzelf geen bewijs dat de veronderstelde groep of voorkeuren daadwerkelijk bestaan.
Kun je een doelgroep alleen op leeftijd en geslacht bepalen?
Dat kan een gekozen afbakening zijn. Marketingsegmentatie kent daarnaast onder meer geografische, psychografische en gedragscriteria. Voor de doelgroepkaart adviseren we te onderbouwen waarom de gekozen kenmerken relevant zijn voor de beslissing die je onderzoekt.
Wat is een associatieve doelgroep?
Binnen de Neurofactor-methodiek is dat een afgebakende groep mensen bij wie overeenkomstige associaties richting geven aan beslissingen binnen een specifieke keuzecontext. De gedeelde associaties vormen het groepscriterium. Dat vraagt onderzoek naar hun betekenis en samenhang met de keuze.
Kunnen binnen één marketingdoelgroep meerdere associatieve doelgroepen bestaan?
Ja, dat is binnen deze werkwijze mogelijk. Mensen die je tot dezelfde marketingdoelgroep rekent, kunnen verschillende betekenissen verbinden aan een aanbod. Of die verschillen bruikbare associatieve doelgroepen opleveren, moet je onderzoeken; de doelgroepnaam alleen zegt dat niet.
Hoe weet je of een doelgroep goed is afgebakend?
Toets of de groep meetbaar, bereikbaar, voldoende substantieel, onderscheidbaar en te bedienen is. Controleer daarnaast praktisch of een collega aan de hand van jouw criteria kan vaststellen wie wel en niet bij de groep hoort.
Bronnen
- 1.Smith, W. R. (1956). Product Differentiation and Market Segmentation as Alternative Marketing Strategies. - Journal of Marketing, 21(1), 3-8 (1956)
- 2.Haley, R. I. (1968). Benefit Segmentation: A Decision-oriented Research Tool. - Journal of Marketing, 32(3), 30-35 (1968)
- 3.Albrecht, M. G., Green, M., & Hoffman, L. (2023). Market Segmentation and Consumer Markets (§5.1). In Principles of Marketing. - OpenStax, Rice University (2023)
- 4.Albrecht, M. G., Green, M., & Hoffman, L. (2023). Essential Factors in Effective Market Segmentation (§5.4). In Principles of Marketing. - OpenStax, Rice University (2023)
- 5.Albrecht, M. G., Green, M., & Hoffman, L. (2023). Selecting Target Markets (§5.5). In Principles of Marketing. - OpenStax, Rice University (2023)
Verwante onderwerpen
Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 22-9-2026
Martijn den Otter
Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.
LinkedIn →