Wat zijn waarden en visie van een doelgroep?
Onderzoek welke waarden, overtuigingen en visie je doelgroep heeft. Maak abstracte woorden concreet met interviewvragen, afwegingen en een praktisch voorbeeld.

‘Kwaliteit, vertrouwen en innovatie.’ Veel doelgroepbeschrijvingen bevatten zulke woorden. Ze vertellen weinig zolang onduidelijk blijft wat mensen ermee bedoelen, wanneer ze belangrijk zijn en wat voorrang krijgt als belangen botsen. Het veld Waarden en visie beschrijft de uitgangspunten waarmee een doelgroep naar keuzes kijkt. Het wordt bruikbaar wanneer je laat zien welk principe iemand belangrijk vindt, welke overtuiging meespeelt en welke ontwikkeling diegene wenselijk acht. Dat vraagt onderzoek naar de doelgroep, niet het overnemen van de kernwaarden van je eigen merk.
Wat zijn waarden en visie op de doelgroepkaart?
Waarden en visie beschrijven welke principes een doelgroep belangrijk vindt en hoe zij aankijkt tegen een wenselijke ontwikkeling binnen een relevante keuzecontext. Maak ondersteunende overtuigingen zichtbaar: wat denkt de doelgroep dat waar is of werkt?
Waarden geven aan wat belangrijk of wenselijk is. Overtuigingen beschrijven hier wat iemand voor waar houdt. Visie verbindt uitgangspunten met een bredere gewenste richting. Leg deze onderdelen alleen vast voor zover ze zijn onderzocht; de combinatie is een praktische kaartindeling, geen afzonderlijke psychologische test.
Hoe verschillen waarde, overtuiging, visie en doel?
| Onderdeel | Kernvraag | Fictief voorbeeld bij leveranciersselectie |
|---|---|---|
| Waarde | Wat hoort zwaar te wegen? | Openheid over beperkingen |
| Overtuiging | Wat denkt iemand dat waar is of werkt? | Een aanbieder die onzekerheden benoemt, helpt ons beter afwegen |
| Visie | Welke ontwikkeling vindt iemand wenselijk? | Besluiten moeten op termijn beter navolgbaar worden |
| Verwachting | Welke ontwikkeling denkt iemand dat zal optreden? | Er komen meer geautomatiseerde adviezen |
| Doel | Wat wil iemand concreet bereiken? | Voor de volgende vergadering twee opties vergelijken |
Deze afbakening is een werkafspraak voor het schrijven. In waardentheorie kunnen waarden zelf ook overtuigingen over het wenselijke zijn. Met ‘overtuiging’ bedoelen we in deze kaart vooral een uitspraak over hoe de wereld werkt. Schrijf niet alsof de begrippen psychologisch volledig los van elkaar staan.
Een verwachte toekomst is bovendien niet automatisch een gewenste toekomst. Iemand kan verwachten dat automatisering toeneemt en tegelijk vinden dat mensen meer zeggenschap moeten houden. Bewaar beide uitspraken met hun eigen betekenis.
Waar komt het waardenbegrip vandaan?
Waarden hebben een langere geschiedenis in de sociale wetenschappen. Een belangrijke onderzoekslijn voor deze kaart is Schwartz' onderzoek naar waardeprioriteiten. Zijn publicatie uit 1992 behandelt waardetypen en hun onderlinge samenhang, met onderzoek in twintig landen. Schwartz, 1992
In zijn overzicht uit 2012 beschrijft Schwartz waarden als richtinggevende maatstaven die specifieke situaties overstijgen en naar belang worden geordend. Schwartz, 2012
Voor overtuigingen is Ajzens theorie van gepland gedrag relevant: daarin worden gedragsgerelateerde overtuigingen onderscheiden van attitudes, intenties en gedrag. Ajzen, 1991
Deze bronnen leveren begripsmatige achtergrond. ‘Waarden en visie’ als gecombineerd kaartveld en de interviewaanpak hieronder zijn toepassingen van Neurofactor. ‘Visie’ gebruiken we hier als bredere gewenste richting binnen het onderzochte domein, niet als een gestandaardiseerde schaal uit deze theorieën.
Hoe maak je een abstracte waarde concreet?
Vraag wat een woord betekent in de situatie waarin iemand kiest. Bij ‘kwaliteit’ kan dat gaan om levensduur, nauwkeurigheid, persoonlijke aandacht of iets anders. Kies niet zelf de betekenis die het beste bij jouw aanbod past.
Vraag bijvoorbeeld: ‘Wanneer vond je de kwaliteit onvoldoende?’ en ‘Wat deed de aanbieder waardoor je wel vertrouwen kreeg?’ Onderzoek daarna welk principe achter die beoordeling zat. Een genoemd productkenmerk is niet automatisch een waarde. Een reparatiemogelijkheid kan belangrijk zijn vanwege zuinigheid, zelfstandigheid of het voorkomen van verspilling; welke uitleg geldt, moet uit het onderzoek blijken.
Bewaar het oorspronkelijke antwoord naast de samenvatting. Als een onderzoeker een uitspraak als ‘zelfstandigheid’ duidt, vermeld dan dat dit een interpretatie is. Een verzorgd label maakt de onderliggende gegevens niet sterker.
Waarom zijn afwegingen informatiever dan een lijst mooie woorden?
Maak in de kaart zichtbaar wat voorrang krijgt wanneer niet alles tegelijk kan. Vraag bijvoorbeeld welke concessie iemand accepteert om een leverancier beter te kunnen controleren: extra uitleg lezen, langer wachten of iets anders. Forceer geen keuze tussen kunstmatig onverenigbare opties.
Een praktische formulering is: ‘Hecht aan navolgbare beslissingen en accepteert extra voorbereiding als belangrijke onzekerheden daardoor zichtbaar worden.’ Dit is een fictief voorbeeld. De formulering wordt pas een doelgroepinzicht wanneer de onderliggende uitspraken of keuzes dat ondersteunen.
Noteer ook uitzonderingen. Onder tijdsdruk kan een andere afweging ontstaan. Trek uit één beslissing niet de conclusie dat een persoon een waarde wel of niet bezit. Beschrijf de keuze, omstandigheden en interpretatie apart.
Van wie zijn de waarden en de visie?
| Perspectief | Wat je kunt vastleggen | Wat je niet automatisch kunt afleiden |
|---|---|---|
| Persoon | Uitgesproken uitgangspunten en eigen afwegingen | Dat collega's dezelfde prioriteiten hebben |
| Onderzochte doelgroep | Terugkerende patronen en verschillen tussen deelnemers | Dat ieder groepslid elk patroon deelt |
| Organisatie | Formele kernwaarden en vastgelegde visie | Dat medewerkers er persoonlijk naar handelen |
| Aanbieder of merk | Eigen positionering en belofte | Dat dit de waarden van de klant zijn |
Bij een zakelijke aankoop kunnen meerdere perspectieven tegelijk spelen. Een gebruiker kan zelfstandig willen werken, terwijl de organisatie standaardisering verlangt. Beide zijn relevant, maar schrijf ze niet toe aan één denkbeeldige beslisser.
Als een website de bron is, noteer je bijvoorbeeld ‘formeel gecommuniceerde organisatiewaarde’. Voor een uitspraak over doelgroepwaarden heb je passende gegevens van die doelgroep nodig.
Hoe onderzoek je waarden en visie?
- 1Bepaal het domein en de beslisser. Over welke keuze gaat het, en vanuit welke rol spreekt de persoon?
- 2Vraag naar een concrete keuze. Wat maakte een optie passend of onacceptabel?
- 3Verhelder de betekenis. Wat bedoelt iemand met woorden als vrijheid, betrouwbaarheid of duurzaamheid?
- 4Onderzoek afwegingen. Wat mocht minder zwaar wegen, en wat wilde iemand behouden?
- 5Vraag apart naar overtuigingen. Waarom denkt iemand dat een bepaalde aanpak werkt? Welke ervaring ligt daaraan ten grondslag?
- 6Vraag naar richting en verwachting. Wat zou er moeten veranderen, en wat verwacht iemand dat werkelijk zal veranderen?
- 7Controleer de interpretatie. Vraag of je samenvatting de bedoeling weergeeft en bewaar afwijkende antwoorden.
Wat een interview wel en niet oplevert
Een interview kan uitgangspunten en redeneringen zichtbaar maken. Het vormt niet automatisch een gestandaardiseerde waardemeting. Als je een bestaande vragenlijst gebruikt, volg dan de bijbehorende meet- en interpretatie-instructies. Geef zelfgemaakte interviewlabels geen testscores.
Voorbeeld: van ‘transparantie’ naar een bruikbare kaartzin
Fictieve illustratie; geen klantquote of onderzoeksresultaat. Een marketingverantwoordelijke vergelijkt onderzoeksaanbieders. Diegene zegt: ‘Ik wil kunnen zien waarop het advies rust, ook als de uitkomst niet helemaal duidelijk is.’
De analyse wordt opgesplitst in drie onderdelen:
- Waarde: openheid over wat wel en niet is vastgesteld.
- Overtuiging: inzicht in de onderbouwing helpt om een advies verantwoord te beoordelen.
- Visie: marketingbesluiten moeten beter navolgbaar worden voor het hele team.
Een compacte kaartzin is: ‘Hecht aan openheid over bewijs en onzekerheid, ziet controleerbare onderbouwing als basis voor verantwoord advies en wil dat marketingbesluiten beter navolgbaar worden.’
De eerste uitspraak ondersteunt niet vanzelf de hele uitwerking. In echt onderzoek moeten ook de overtuiging en visie afzonderlijk zijn besproken of als interpretatie worden gemarkeerd. Een toekomstbeeld mag niet worden toegevoegd omdat het mooi aansluit op een verhaal.
Dit voorbeeld bewijst evenmin dat de persoon een bepaald meetinstrument wil kopen. Het beschrijft een afwegingskader; methodevoorkeur en koopintentie blijven afzonderlijke vragen.
Wat zegt dit over een associatieve doelgroep?
Neurofactor gebruikt associatieve doelgroep als werkdefinitie voor een afgebakende groep mensen bij wie overeenkomstige associaties richting geven aan beslissingen binnen een specifieke keuzecontext.
Een gedeelde waarde kan helpen het patroon te begrijpen, maar is niet hetzelfde als een gedeeld associatiepatroon. Twee mensen kunnen betrouwbaarheid belangrijk vinden terwijl de één die met een bekend merk verbindt en de ander met inzichtelijke bewijsvoering. Deze tegenstelling is illustratief; onderzoek welke koppelingen daadwerkelijk optreden en hoe ze met keuzes samenhangen.
Gebruik waarden, overtuigingen en associaties daarom als te onderscheiden gegevens. Leid geen onbewuste overtuiging, BIS/BAS-score of neurologisch profiel af uit één waarde, interviewzin of groepslabel.
Hoe vul je het veld compact in?
Gebruik: ‘Hecht aan [onderzocht principe], is ervan overtuigd dat [onderzochte overtuiging] en wil dat [onderbouwde gewenste richting].’
Laat een onderdeel weg wanneer het niet is onderzocht. De formulering ‘visie nog niet vastgesteld’ is informatiever dan een verzonnen toekomstbeeld. Bij verschillende richtingen binnen de doelgroep leg je het verschil vast in plaats van er een gezamenlijk standpunt van te maken.
Koppel de kaartzin aan bron, datum, onderzochte rol en bewijsstatus. Houd de normatieve uitspraak ‘vindt dat X belangrijk hoort te zijn’ gescheiden van de feitelijke claim ‘X werkt’. Een overtuiging die de doelgroep heeft, wordt niet daardoor een gecontroleerd feit.
Een bruikbaar waardenprofiel laat betekenis en afweging zien
Waarden en visie worden bruikbaar wanneer je verder gaat dan losse etiketten. Benoem wat de doelgroep belangrijk vindt, welke overtuigingen daarbij meespelen en welke richting zij wenselijk acht. Onderzoek betekenis, prioriteit en verschillen. Zo laat de kaart zien vanuit welk kader mensen kiezen, met behoud van de grenzen van de gegevens.
Over de bronnen
Van Schwartz (1992) zijn het abstract en de publicatiegegevens in de universitaire onderzoeksregistratie geraadpleegd; van Schwartz (2012) en Ajzen (1991) relevante passages in de volledige publicaties. De eigen kaartdefinities en voorbeelden zijn geen gevalideerde meetinstrumenten of aangetoonde klantprofielen.
Broncontrole: 22 september 2026. De voorbeelden en uitspraken daarin zijn fictief. De veldindeling en interviewaanpak zijn praktische toepassingen van Neurofactor.
Bespreek jouw doelgroepvraag
Wil je weten welke uitgangspunten en associaties de keuzes van jouw doelgroep richting geven? Bespreek met Neurofactor hoe je die kunt onderzoeken.
Begrippen
- Waarden
- Richtinggevende uitgangspunten die aangeven wat een doelgroep belangrijk of wenselijk vindt binnen een keuzecontext.
- Overtuigingen
- Uitspraken over wat iemand voor waar houdt of denkt dat werkt; in deze kaart onderscheiden van waarden.
- Visie
- De bredere ontwikkeling die een doelgroep wenselijk acht, te onderscheiden van een verwachting over wat werkelijk zal gebeuren.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen waarden en doelen?
In deze kaart zijn waarden richtinggevende uitgangspunten; doelen beschrijven een concreter nagestreefd resultaat in een keuzecontext. Ze kunnen samenhangen. Het onderscheid helpt de velden schrijven en betekent niet dat waardentheorie waarden nooit als brede doelen omschrijft.
Zijn waarden en overtuigingen hetzelfde?
Waarden kunnen normatieve overtuigingen over het wenselijke zijn. Voor dit kaartveld gebruiken we waarde voor wat iemand belangrijk vindt en overtuiging voor wat diegene denkt dat waar is of werkt. Zo blijft het onderscheid praktisch bruikbaar.
Is visie hetzelfde als een voorspelling?
Nee. Visie betekent hier een gewenste richting. Een voorspelling of verwachting gaat over wat iemand denkt dat zal gebeuren. Vraag beide afzonderlijk uit wanneer ze relevant zijn.
Mag ik de kernwaarden van een organisatie overnemen als doelgroepwaarden?
Alleen als formele organisatiewaarden, met die bronvermelding. Ze bewijzen niet dat klanten of medewerkers dezelfde persoonlijke prioriteiten hebben. Onderzoek de doelgroep afzonderlijk.
Vormt een gedeelde waarde één associatieve doelgroep?
Niet vanzelf. Mensen kunnen dezelfde waarde belangrijk vinden en die aan verschillende signalen koppelen. Onderzoek de associatiepatronen en hun relatie met beslissingen in dezelfde keuzecontext.
Hoe schrijf ik het veld als waarden of visie onbekend zijn?
Noteer welke onderdelen nog niet onderzocht zijn. Bewaar mogelijke interpretaties als hypothese en koppel ze aan een onderzoeksvraag. Vul geen universeel klinkende waarden in om het veld compleet te laten lijken.
Bronnen
- 1.Schwartz, S. H. (1992). Universals in the Content and Structure of Values. Advances in Experimental Social Psychology, 25, 1–65. DOI: 10.1016/S0065-2601(08)60281-6. - Advances in Experimental Social Psychology (1992)
- 2.Schwartz, S. H. (2012). An Overview of the Schwartz Theory of Basic Values. Online Readings in Psychology and Culture, 2(1), article 11. DOI: 10.9707/2307-0919.1116. - Online Readings in Psychology and Culture (2012)
- 3.Ajzen, I. (1991). The Theory of Planned Behavior. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 50(2), 179–211. DOI: 10.1016/0749-5978(91)90020-T. - Organizational Behavior and Human Decision Processes (1991)
Verwante onderwerpen
Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 22-9-2026
Martijn den Otter
Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.
LinkedIn →