Neurofactor
Terug naar de kennisbank
Overtuiging en weerstand

Wat zijn foute aannames in een doelgroepkaart?

Onderzoek welke aannames bij je doelgroep voorkomen en wanneer ze onjuist zijn. Met toetsvragen, rekenvoorbeeld en oorspronkelijke wetenschappelijke bronnen.

Martijn den Otter 7 min leestijd23-9-2026
Wat zijn foute aannames in een doelgroepkaart?

Een doelgroep kan bij een keuze iets voor waar aannemen dat niet klopt. Bijvoorbeeld dat twee leveranciers met dezelfde totaalscore ook op ieder afzonderlijk criterium gelijk scoren. Zo’n uitgangspunt kan bepalen welke informatie iemand nog bekijkt en welke verschillen buiten beeld blijven. Het veld Foute aannames legt zulke onjuiste uitgangspunten vast. Daarvoor heb je twee soorten onderbouwing nodig: bewijs dat de aanname bij de onderzochte doelgroep voorkomt én een controleerbare grond om haar in de betreffende context onjuist te noemen. Het oordeel van de aanbieder alleen is onvoldoende.

Introductie

Een doelgroep kan bij een keuze iets voor waar aannemen dat niet klopt. Bijvoorbeeld dat twee leveranciers met dezelfde totaalscore ook op ieder afzonderlijk criterium gelijk scoren. Zo’n uitgangspunt kan bepalen welke informatie iemand nog bekijkt en welke verschillen buiten beeld blijven.

Het veld Foute aannames legt zulke onjuiste uitgangspunten vast. Daarvoor heb je twee soorten onderbouwing nodig: bewijs dat de aanname bij de onderzochte doelgroep voorkomt én een controleerbare grond om haar in de betreffende context onjuist te noemen. Het oordeel van de aanbieder alleen is onvoldoende.

Wat zijn foute aannames in een doelgroepkaart?

Foute aannames zijn in de doelgroepkaart uitgangspunten die de onderzochte doelgroep bij een keuze als waar hanteert, terwijl relevante, controleerbare informatie laat zien dat ze in de beschreven context onjuist zijn. Dit is Neurofactors praktische werkdefinitie voor het kaartveld.

Beschrijf de aanname, haar reikwijdte en de grond voor de correctie. Als alleen bekend is dat een aanname nog niet is onderbouwd, noem haar onbewezen of te onderzoeken. Onbewezen is niet hetzelfde als onjuist.

Een persoonlijke voorkeur, een waarde of een geldige randvoorwaarde wordt niet fout doordat de aanbieder liever een andere keuze ziet. Ook een ongunstige ervaring kan correct zijn beschreven, terwijl de algemene conclusie die iemand eraan verbindt te ver gaat.

Hoe onderscheid je een foute aanname van andere uitspraken?

Soort uitspraakWat is de onderzoeksvraag?Passende behandeling
Toetsbare aannameKlopt dit uitgangspunt in deze context?Vergelijk met relevante gegevens en voorwaarden
Onbewezen verwachtingWat weten we over deze mogelijke uitkomst?Laat de onzekerheid staan totdat onderzoek meer duidelijkheid geeft
Voorkeur of waardeWat vindt iemand belangrijk?Beschrijf de afweging zonder haar als feitelijke fout te behandelen
BezwaarWelke tegenwerping of voorwaarde belemmert de stap?Onderzoek betekenis en aanleiding; veronderstel geen misvatting
Eerdere ervaringWat gebeurde er volgens de bron?Scheid ervaring van de bredere conclusie die eruit wordt getrokken
Denkpatroon of biasHoe wordt informatie geselecteerd of verwerkt?Onderzoek het proces; één onjuist antwoord bewijst geen vaste bias

Het veld gaat primair over aannames van de doelgroep. Vermoedens van de onderzoeker over die doelgroep horen in het onderzoeksdossier als hypotheses. Houd die twee perspectieven zichtbaar gescheiden.

Welke wetenschappelijke inzichten zijn relevant?

Foute aannames is hier een praktisch kaartlabel. Voor de onderzoeksaanpak sluiten we aan bij oorspronkelijke experimenten over hypothesetoetsing en oordeelsvorming.

Wason onderzocht in een getallentaak hoe deelnemers hun vermoedelijke regel toetsten. Alleen passende voorbeelden zoeken bleek onvoldoende om de juiste regel vast te stellen. Wason (1960)

Lord, Lepper en Preston onderzochten het overwegen van tegengestelde mogelijkheden. In hun experimenten corrigeerde deze aanpak oordeelsvertekening sterker dan alleen de instructie om onbevooroordeeld te zijn. Lord et al. (1984)

Dit zijn geen onderzoeken naar dit kaartveld of een gegarandeerd werkende verkoopaanpak. Onze praktische vertaling is dat ook de onderzoeker tegenbewijs en alternatieve verklaringen moet zoeken. Een tegenmogelijkheid bedenken is nog geen bewijs dat die mogelijkheid waar is.

Wanneer hoort een aanname in dit veld?

Controleer vier onderdelen voordat je het label fout gebruikt.

OnderdeelWat moet duidelijk zijn?Wat is onvoldoende?
VoorkomenWie hanteert deze aanname en waarop baseer je dat?De verkoper denkt dat klanten dit wel zullen geloven
BetekenisWat bedoelt iemand precies, met welke uitzonderingen?Een losse zin zonder context letterlijk veralgemenen
OnjuistheidWelke informatie spreekt de aanname binnen die reikwijdte tegen?Er is nog geen bewijs vóór de aanname gevonden
BeslisrelevantieWelke afweging of stap wordt erdoor geraakt?Een onbelangrijk feit corrigeren zonder relatie tot de keuze

Let op woorden als altijd, nooit, iedereen en uitsluitend, maar voeg ze niet zelf toe. Een uitspraak over één situatie is geen universele uitspraak. Evenmin kun je een uitspraak als “dit gebeurt meestal” met één afwijkend geval zonder meer weerleggen; daarvoor moet de onderliggende frequentie worden onderzocht.

Hoe onderzoek en toets je aannames zorgvuldig?

  1. Begin bij de afweging. Vraag welke informatie iemand gebruikt en wat diegene daaruit afleidt. Leg de rol, situatie en beslisstap vast.
  2. Maak het uitgangspunt expliciet. Vraag bijvoorbeeld: “Wat betekent die totaalscore voor jou?” Controleer je samenvatting zonder al een correct antwoord te suggereren.
  3. Baken de uitspraak af. Gaat het om een feit, een kans, een verwachting, een voorkeur of een regel? Voor welke periode, versie of omstandigheden geldt zij volgens de deelnemer?
  4. Bepaal een passende controle. Gebruik een relevante bron, berekening, demonstratie of onderzoeksopzet. Controleer of de informatie werkelijk over dezelfde bewering gaat.
  5. Zoek ook wat je eigen oordeel kan veranderen. Welke gegevens ondersteunen de aanname? Onder welke voorwaarden zou zij wel kloppen? Kijk niet alleen naar bewijs dat gunstig is voor het aanbod.
  6. Leg de uitkomst en beperking vast. Noteer onjuist, te ruim geformuleerd, contextafhankelijk of nog niet vastgesteld. Registreer apart of de deelnemer de correctie begrijpt en wat deze voor de keuze betekent.

Een aanname toetsen en een doelgroep overtuigen zijn verschillende activiteiten. Meer juiste kennis hoeft niet tot een aankoop te leiden; andere doelen, voorwaarden of voorkeuren kunnen doorslaggevend blijven.

Welke status geef je de uitkomst?

StatusBetekenis voor het dossierBetekenis voor de kaart
Voorkomen niet vastgesteldDe aanname is door de onderzoeker bedacht of vermoedAlleen als onderzoekshypothese bewaren
Wel aangetroffen, niet getoetstDe uitspraak is vastgelegd; juistheid staat openGeen vastgestelde foute aanname noemen
Tegenstrijdige of ontoereikende gegevensControle geeft nog geen duidelijke conclusieOnzekerheid en benodigde vervolgcontrole benoemen
Onjuist binnen afgebakende contextRelevante gegevens spreken het uitgangspunt tegenAanname met correctie, bron en context opnemen
Te ruim of contextafhankelijkDe uitspraak klopt onder bepaalde voorwaardenDe ontbrekende voorwaarde precies beschrijven
Later herzienNieuwe gegevens veranderen de eerdere beoordelingRecord bijwerken met behoud van revisie en eerdere grond

Bewaar naast bronnen ook versie en controledatum. Een uitspraak over een eerdere productversie kan toen juist zijn geweest. Dat een nieuwe versie anders werkt, bewijst niet dat de oorspronkelijke spreker destijds een fout maakte.

Voorbeeld: een gelijke totaalscore verkeerd interpreteren

Volledig fictief rekenvoorbeeld; geen klantdata of gemeten leverancierskwaliteit. Twee leveranciers krijgen scores op een schaal van 0 tot 10. De twee criteria wegen in dit voorbeeld even zwaar.

LeverancierCriterium 1Criterium 2Gemiddelde
A846
B666

De te toetsen aanname luidt: “Bij hetzelfde gemiddelde zijn ook de afzonderlijke criteriumscores gelijk.” De berekening laat zien dat deze algemene gevolgtrekking niet klopt. Hetzelfde gemiddelde kan uit verschillende scores zijn opgebouwd.

Dat zegt nog niet welke leverancier beter is. Daarvoor zijn de doelen, criteria, weging en eventuele minimumeisen relevant. Ook bewijst het rekenvoorbeeld niet dat een echte doelgroep deze aanname hanteert.

Een fictieve kaartzin is: “Neemt aan dat een gelijk gemiddelde identieke criteriumscores betekent; verschillende scorecombinaties kunnen echter hetzelfde gemiddelde geven.” In een werkelijk onderzoek mag deze zin pas als doelgroepkenmerk worden opgenomen wanneer het voorkomen en de beslisrelevantie zijn vastgesteld.

Wat betekent dit voor een associatieve doelgroep?

Een associatieve doelgroep is een afgebakende groep mensen bij wie overeenkomstige associaties richting geven aan beslissingen binnen een specifieke keuzecontext.

Een associatie en een toetsbare aanname zijn niet hetzelfde. In een fictief voorbeeld kan een scoreoverzicht “zekerheid” oproepen. Dat gevoel bewijst niet dat iemand gelooft dat de scores volledig of foutloos zijn. Vraag welke betekenis de persoon eraan geeft en welke gevolgtrekking daadwerkelijk wordt gebruikt.

Andersom kunnen vergelijkbare aannames verschillende achtergronden hebben. Onderzoek het patroon en de keuzecontext voordat je mensen samenvoegt. Een misvatting is geen vast persoonlijkheidskenmerk en levert geen BIS/BAS-score op.

Welke fouten moet je als onderzoeker vermijden?

  • Een afwijzing als misvatting behandelen. Een geïnformeerde doelgroep kan een aanbod terecht niet passend vinden.
  • Onbewezen gelijkstellen aan onjuist. Ontbrekende onderbouwing rechtvaardigt onzekerheid, niet automatisch het tegenovergestelde.
  • Een voorkeur proberen te weerleggen. “Ik hecht meer waarde aan persoonlijk contact” is geen feitelijke fout.
  • De uitspraak sterker maken dan zij was. Maak van “soms” geen “altijd”.
  • Een bias als diagnose gebruiken. Benoem de toetsbare aanname voordat je een verklaring voor het denkproces invult.
  • Een correctie te ver doortrekken. Een tegenvoorbeeld bij een absolute regel bewijst niet dat de regel nooit opgaat.
  • De eigen propositie buiten controle houden. De onderbouwing van de aanbieder vraagt dezelfde zorgvuldigheid.

Hoe vul je het veld in één compacte zin in?

Gebruik als werksjabloon: “Neemt in [context] aan dat [toetsbare uitspraak], terwijl [onderbouwde correctie met relevante begrenzing].”

Bewaar in het gekoppelde dossier de oorspronkelijke uitspraak, rol, bron van het voorkomen, bewijs voor de correctie, voorwaarden, beslisrelevantie en controledatum. Houd het bewijs dat iemand iets gelooft apart van het bewijs dat die inhoud onjuist is.

Zonder voldoende gegevens schrijf je “Nog geen onjuiste aanname vastgesteld”. Mogelijke aannames blijven als hypotheses in het onderzoeksdossier. Ook zonder concreet product kun je uitgangspunten over de keuzecontext onderzoeken, zolang je geen producteigenschappen of doelgroepovertuigingen verzint.

Onderbouw zowel de aanname als de correctie

Een bruikbaar veld Foute aannames laat zien welk uitgangspunt bij de doelgroep voorkomt en waarom het in de beschreven context niet klopt. De correctie blijft controleerbaar en begrensd. Zo ondersteunt het veld heldere informatie en onderzoek, zonder voorkeuren of onbeantwoorde vragen als fouten weg te zetten.

Begrippen

Foute aannames
Foute aannames zijn in de doelgroepkaart uitgangspunten die de onderzochte doelgroep bij een keuze als waar hanteert, terwijl relevante, controleerbare informatie laat zien dat ze in de beschreven context onjuist zijn.

Veelgestelde vragen

Wat zijn foute aannames in een doelgroepkaart?

Het zijn uitgangspunten die de onderzochte doelgroep bij een keuze als waar hanteert, terwijl relevante controleerbare informatie laat zien dat ze in die context onjuist zijn. Zowel het voorkomen van de aanname als de correctie vraagt onderbouwing.

Is een onbewezen aanname automatisch fout?

Nee. Onvoldoende bewijs laat de juistheid open. Noteer de aanname als onbewezen of te onderzoeken. Om haar onjuist te noemen is relevante tegeninformatie nodig binnen de bedoelde reikwijdte.

Wat is het verschil tussen een foute aanname en een bezwaar?

Een foute aanname betreft een onjuist uitgangspunt. Een bezwaar is een tegenwerping, twijfel of voorwaarde bij een beslisstap. Een bezwaar kan op een misvatting berusten, maar ook op juiste informatie of een geldige voorkeur.

Kun je een voorkeur als foute aanname opnemen?

Niet als voorkeur op zichzelf. Een voorkeur beschrijft wat iemand belangrijk vindt. Eventuele feitelijke uitgangspunten achter die voorkeur kun je afzonderlijk toetsen, zonder de voorkeur zelf daarmee ongeldig te verklaren.

Bewijst één tegenvoorbeeld dat een aanname fout is?

Dat hangt af van de uitspraak. Eén geldig tegenvoorbeeld kan een absolute regel weerleggen. Een uitspraak over wat meestal gebeurt vraagt passend onderzoek naar de frequentie. Controleer altijd de bedoelde context en voorwaarden.

Wat doe je als er geen foute aannames zijn vastgesteld?

Noteer dat er nog geen onjuiste aannames zijn vastgesteld. Bewaar vermoedens als onderzoekshypotheses en laat onzekerheden zichtbaar. Vul het kaartveld niet met aannames die de onderzoeker zelf aan de doelgroep toeschrijft.

Bronnen

  1. 1.Wason, P. C. (1960). On the failure to eliminate hypotheses in a conceptual task. Quarterly Journal of Experimental Psychology, 12(3), 129–140. - Quarterly Journal of Experimental Psychology (1960)
  2. 2.Lord, C. G., Lepper, M. R. & Preston, E. (1984). Considering the Opposite: A Corrective Strategy for Social Judgment. Journal of Personality and Social Psychology, 47(6), 1231–1243. - Journal of Personality and Social Psychology (1984)

Verwante onderwerpen

Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 23-9-2026

Martijn den Otter

Martijn den Otter

Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.

LinkedIn →