fNIRS uitgelegd
Wat is fNIRS? Ontdek hoe lichtmeting werkt, wat HbO en HbR betekenen en welke vragen je stelt over meetkwaliteit, interpretatie en onderzoek buiten het lab.

Hoe onderzoek je wat er gebeurt wanneer iemand een instructie uitvoert, een interface gebruikt of een taak leert? fNIRS kan een extra meetlaag toevoegen. De methode gebruikt licht om veranderingen in bloedgerelateerde signalen te volgen. Om daar iets bruikbaars uit af te leiden, moeten de vraag, taak en meetopstelling bij elkaar passen.
Introductie
Hoe onderzoek je wat er gebeurt wanneer iemand een instructie uitvoert, een interface gebruikt of een taak leert? fNIRS kan een extra meetlaag toevoegen. De methode gebruikt licht om veranderingen in bloedgerelateerde signalen te volgen. Om daar iets bruikbaars uit af te leiden, moeten de vraag, taak en meetopstelling bij elkaar passen.
Samenvatting
fNIRS staat voor functional near-infrared spectroscopy: functionele nabij-infraroodspectroscopie. Het onderzoekt hersenactiviteit indirect via veranderingen in zuurstofrijk en zuurstofarm hemoglobine. De meting is vooral gevoelig voor oppervlakkige hersenschors onder de meetpunten. Een signaalverschil is op zichzelf geen score voor voorkeur, begrip of koopintentie. Scholkmann et al., 2014
Waar komt fNIRS vandaan?
In 1977 publiceerde Frans Jöbsis over niet-invasieve monitoring met infraroodlicht van zuurstofgerelateerde processen in onder meer de hersenen. Dit werk vormt een historische basis voor NIRS. Het is geen validatie van hedendaagse marketingtoepassingen. Jöbsis, 1977
De toevoeging functional verwijst naar het onderzoeken van functioneren. In een onderzoeksbriefing is daarom vooral van belang welke taak of vergelijking wordt gebruikt en welke conclusie het resultaat moet ondersteunen.
Hoe werkt de lichtmeting?
Lichtbronnen en detectoren op het hoofd heten optodes. Zuurstofrijk hemoglobine (HbO) en zuurstofarm hemoglobine (HbR) absorberen licht verschillend. Veelgebruikte continuous-wave-systemen leiden uit intensiteitsveranderingen relatieve concentratieveranderingen af met de gemodificeerde wet van Beer–Lambert. Ze meten daarmee geen elektrische hersenactiviteit of rechtstreeks zuurstofverzadiging in procenten. Scholkmann et al., 2014
Vraag bij een grafiek dus eerst wat de lijnen voorstellen. Gaat het om HbO, HbR, een verschil tussen condities of een afgeleide index? Welke eenheid en referentie zijn gebruikt? Zonder die informatie is een kleur of piek moeilijk te beoordelen.
Wat kan het signaal nog meer beïnvloeden?
Doorbloeding in de hoofdhuid en veranderingen in de algemene fysiologie kunnen het gemeten signaal beïnvloeden. Daardoor kan een effect ten onrechte aan hersenactiviteit worden toegeschreven of juist worden gemist. Tachtsidis en Scholkmann, 2016
Korte-afstandskanalen zijn vooral gevoelig voor oppervlakkig weefsel. Onderzoekers kunnen ze gebruiken om bijdragen van buiten de hersenen te schatten en in de analyse te verminderen. Ook contactkwaliteit, beweging en uitgesloten gegevens moeten worden beschreven. Zo’n correctie garandeert geen volledig zuiver hersensignaal. Yücel et al., 2021
Maak hiervan een concrete beoordelingsvraag: hoe laat het onderzoek zien dat de gekozen verklaring aannemelijker is dan een verandering in bewegen, inspanning of meetcontact?
Kan fNIRS buiten het lab worden gebruikt?
Er bestaan draagbare opstellingen. Een systematisch overzicht van onderzoek naar houding en lopen laat zien waarom fNIRS interessant is voor bewegingsonderzoek, maar benoemt ook methodologische verschillen die vergelijking tussen studies bemoeilijken. Herold et al., 2017
Voor een praktijkonderzoek blijft een proefmeting verstandig. Laat deelnemers de echte taak uitvoeren en beoordeel of de opstelling daarbij past. Een geslaagde zittende demonstratie is nog geen onderbouwing voor meten tijdens bukken, praten en lopen. Leg vooraf vast wanneer onvoldoende bruikbare gegevens aanleiding zijn om de taak of methode aan te passen.
Welke onderzoeksvraag past erbij?
Onderstaande vragen zijn voorbeelden voor een briefing, geen bewezen toepassingen van een specifiek apparaat.
| Voorgenomen vraag | Maak eerst concreet |
|---|---|
| Welke instructie ondersteunt de taak beter? | Welke taakprestatie telt en wat voegt de fysiologische meting toe? |
| Wat verandert tijdens het leren? | Hoe onderscheid je oefenen van verschillen in taakmoeilijkheid? |
| Hoe verloopt een taak in de praktijk? | Welke gebeurtenissen, bewegingen en omstandigheden worden vastgelegd? |
| Welke communicatie werkt beter? | Welk gedrag wil je veranderen en hoe toets je dat afzonderlijk? |
Gebruik een fysiologische uitkomst niet als vervanging van het doel van het onderzoek. Als het doel minder fouten is, moeten fouten ook worden gemeten.
Een onderzoeksvoorstel in zes stappen
- Benoem de beslissing. Bijvoorbeeld: kiezen tussen twee instructies voor dezelfde handeling.
- Bepaal de vergelijking. Beschrijf wat gelijk blijft en wat bewust verandert.
- Kies de uitkomstmaten. Leg naast de fNIRS-uitkomst vast welke prestatie, ervaring of keuze relevant is.
- Laat de meetopstelling onderbouwen. Vraag welke gebieden worden bemonsterd en welke kwaliteitscriteria gelden.
- Leg de analyse vooraf vast. Maak duidelijk hoe uitval, verstoringen en onzekerheid worden behandeld.
- Spreek de vervolgstap af. Wanneer leidt het resultaat tot aanpassen, opnieuw testen of geen verandering?
Dit is een redactionele briefinghulp. De concrete onderzoeksopzet en steekproef vragen een eigen wetenschappelijke onderbouwing.
Voorbeeld: twee werkinstructies vergelijken
Stel: een organisatie wil een tekstinstructie vergelijken met een instructie met afbeeldingen. Beide beschrijven dezelfde handeling aan een werkstation. Dit voorbeeld is fictief; er worden geen meetresultaten of klantgegevens gepresenteerd.
| Onderdeel | Voorstel voor de briefing |
|---|---|
| Beslissing | Welke instructie gaat door naar een praktijktest? |
| Taak | Dezelfde handeling, materialen en beschikbare tijd |
| Volgorde | Een opzet die rekening houdt met leren en volgorde-effecten |
| Gedrag | Fouten, voltooiing en benodigde hulp |
| Ervaring | Korte vragen over duidelijkheid en ervaren moeite |
| fNIRS | Vooraf gedefinieerde vergelijking met vastgelegde kwaliteitscriteria |
Spreek af hoe tegenstrijdige uitkomsten worden besproken. Een instructie kan bijvoorbeeld minder fouten opleveren terwijl een fysiologische maat verandert. Dat rechtvaardigt nog niet het etiket ‘gemakkelijker’. De conclusie moet passen bij alle relevante gegevens en hun onzekerheid.
Veelgemaakte fouten bij de interpretatie
- Een hogere lijn als beter beoordelen. Vraag welke hypothese die interpretatie ondersteunt.
- Een figuur zonder referentie gebruiken. Laat taak, vergelijking, eenheden en spreiding zien.
- Uitval buiten beeld laten. Vraag hoeveel metingen bruikbaar waren en of uitsluiting de vergelijking kan vertekenen.
- Van één taak naar alle klanten generaliseren. Benoem voor welke deelnemers en omstandigheden de conclusie geldt.
- Een associatieve doelgroep uit één signaal afleiden. In deze kennisbank betekent dat een afgebakende groep die op basis van gedeelde associaties beslist. Die werkdefinitie vraagt onderzoek naar associaties en beslissingen; een fNIRS-patroon alleen onderbouwt die indeling niet.
Wat moet je onthouden?
Beoordeel fNIRS vanuit de vraag die je wilt beantwoorden. Laat uitleggen wat de meting toevoegt, hoe alternatieve verklaringen worden onderzocht en welke beslissing de uitkomst kan ondersteunen. Maak ook afspraken over toestemming, toegang tot gegevens en het gebruik van conclusies. Dit artikel is een methode-uitleg, geen diagnostisch protocol of instrument om individuele medewerkers te beoordelen.
Begrippen
- fNIRS
- fNIRS staat voor functional near-infrared spectroscopy: functionele nabij-infraroodspectroscopie. Het onderzoekt hersenactiviteit indirect via veranderingen in zuurstofrijk en zuurstofarm hemoglobine. De meting is vooral gevoelig voor oppervlakkige hersenschors onder de meetpunten. Een signaalverschil is op zichzelf geen score voor voorkeur, begrip of koopintentie. Scholkmann et al., 2014
- HbO en HbR
- Lichtbronnen en detectoren op het hoofd heten optodes. Zuurstofrijk hemoglobine (HbO) en zuurstofarm hemoglobine (HbR) absorberen licht verschillend. Veelgebruikte continuous-wave-systemen leiden uit intensiteitsveranderingen relatieve concentratieveranderingen af met de gemodificeerde wet van Beer–Lambert. Ze meten daarmee geen elektrische hersenactiviteit of rechtstreeks zuurstofverzadiging in procenten. Scholkmann et al., 2014
- Korte-afstandskanalen
- Doorbloeding in de hoofdhuid en veranderingen in de algemene fysiologie kunnen het gemeten signaal beïnvloeden. Daardoor kan een effect ten onrechte aan hersenactiviteit worden toegeschreven of juist worden gemist. Tachtsidis en Scholkmann, 2016
Veelgestelde vragen
Waar staat fNIRS voor?
fNIRS staat voor functional near-infrared spectroscopy, in het Nederlands functionele nabij-infraroodspectroscopie.
Wat betekenen HbO en HbR?
HbO verwijst naar zuurstofrijk hemoglobine; HbR naar zuurstofarm hemoglobine. Vraag in een rapport welke grootheid en referentie worden getoond.
Kun je met fNIRS buiten het lab meten?
Er bestaan draagbare opstellingen. Laat met een proefmeting vaststellen of de opstelling en gegevenskwaliteit passen bij de werkelijke taak.
Betekent een hoger signaal dat iets beter werkt?
Dat mag je niet zonder onderbouwing concluderen. Bepaal vooraf welke interpretatie wordt getoetst en combineer de uitkomst met relevante gedrags- en ervaringsgegevens.
Hoeveel deelnemers zijn nodig?
Laat dit onderbouwen vanuit de vraag, uitkomstmaat, gewenste precisie en verwachte uitval. Dit artikel geeft geen universeel minimum.
Vervangt fNIRS een gebruikerstest?
Niet automatisch. Vraag welke aanvullende onzekerheid de meting moet verkleinen. Als de onderzoeksvraag met gedrag of gesprekken voldoende kan worden beantwoord, moet de extra meting afzonderlijk worden gemotiveerd.
Bronnen
- 1.F. F. Jöbsis (1977). Noninvasive, infrared monitoring of cerebral and myocardial oxygen sufficiency and circulatory parameters. Science 198(4323), 1264–1267. - Science (1977)
- 2.F. Scholkmann, S. Kleiser, A. J. Metz et al. (2014). A review on continuous wave functional near-infrared spectroscopy and imaging instrumentation and methodology. NeuroImage 85(Pt 1), 6–27. - NeuroImage (2014)
- 3.M. A. Yücel, A. v. Lühmann, F. Scholkmann et al. (2021). Best practices for fNIRS publications. Neurophotonics 8(1), 012101. - Neurophotonics (2021)
- 4.I. Tachtsidis, F. Scholkmann (2016). False positives and false negatives in functional near-infrared spectroscopy: issues, challenges, and the way forward. Neurophotonics 3(3), 031405. - Neurophotonics (2016)
- 5.F. Herold, P. Wiegel, F. Scholkmann, A. Thiers, D. Hamacher, L. Schega (2017). Functional near-infrared spectroscopy in movement science: A systematic review on cortical activity in postural and walking tasks. Neurophotonics 4(4), 041403. - Neurophotonics (2017)
Verwante onderwerpen
Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 29-9-2026
Martijn den Otter
Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.
LinkedIn →