Neurofactor
Terug naar de kennisbank
Real world neuroscience

Wat is real world neuroscience?

Wat is real world neuroscience? Ontdek hoe je hersenonderzoek in dagelijkse situaties opzet, met uitleg over mobiel EEG, context en ecologische validiteit.

Martijn den Otter 5 min leestijd24-9-2026
Wat is real world neuroscience?

Een product bekijken op een scherm, het zelf gebruiken en er met iemand over praten zijn verschillende onderzoekssituaties. Welke situatie past bij de beslissing die jij wilt nemen? Real world neuroscience stelt die vraag centraal: hoe onderzoek je het brein in samenhang met wat mensen daadwerkelijk doen en meemaken?

Introductie

Een product bekijken op een scherm, het zelf gebruiken en er met iemand over praten zijn verschillende onderzoekssituaties. Welke situatie past bij de beslissing die jij wilt nemen? Real world neuroscience stelt die vraag centraal: hoe onderzoek je het brein in samenhang met wat mensen daadwerkelijk doen en meemaken?

Wat is real world neuroscience?

Real world neuroscience is hier de verzamelnaam voor neurowetenschappelijk onderzoek naar mensen in alledaagse of doelgericht realistische situaties, waarbij gedrag en context onderdeel zijn van de onderzoeksvraag. Deze werkdefinitie sluit aan bij de benadering van real-life neuroscience van Shamay-Tsoory en Mendelsohn (2019).

Denk aan onderzoek tijdens een bezoek, een taak op de werkvloer of een gesprek. Ook een zorgvuldig nagebouwde situatie kan relevant zijn. De vraag is welke onderdelen van de werkelijkheid je nodig hebt om jouw onderzoeksvraag te beantwoorden.

Waar komt deze benadering vandaan?

De benadering kent meerdere ontwikkellijnen. Dit artikel wijst geen enkele publicatie aan als de uitvinding van de brede term.

Een concreet methodologisch aanknopingspunt is mobile brain/body imaging, afgekort MoBI: hersenregistratie verbinden met lichaamsbeweging en informatie over de omgeving. Makeig en collega’s (2009) stelden hiervoor draagbare, gecombineerde meetsystemen voor.

Een andere lijn gebruikt rijkere stimuli binnen een vaste meetomgeving. Hasson en collega’s (2004) onderzochten met fMRI overeenkomsten in hersenactiviteit terwijl deelnemers dezelfde film bekeken. Dit is een voorbeeld van naturalistisch stimulusmateriaal binnen een scanner, zonder dat deelnemers vrij door een dagelijkse omgeving bewegen.

Naturalistisch, mobiel en op locatie: wat bedoel je precies?

Gebruik in een briefing concrete omschrijvingen. In dit artikel onderscheiden we:

  • Naturalistisch onderzoek: werken met situaties of materialen die relevante kenmerken van het dagelijks leven bevatten, zoals een doorlopend verhaal.
  • Mobiele meting: een meetopstelling die verplaatsing van de deelnemer toelaat.
  • Veldonderzoek: onderzoek in de omgeving waar het gedrag plaatsvindt, bijvoorbeeld een winkel of werkplek.

Deze kenmerken kunnen samen voorkomen, maar hoeven niet samen te vallen. Beschrijf daarom afzonderlijk wat iemand ziet, wat die persoon mag doen en waar de meting plaatsvindt. Zo wordt duidelijk of een voorstel jouw gebruikssituatie voldoende benadert.

Welke onderzoeksomgeving past bij jouw vraag?

Onderstaande vergelijking is een redactionele keuzehulp, geen rangorde van onderzoekskwaliteit.

OpzetVoorbeeldVraag voor de opdrachtgever
Afgebakende laboratoriumtaakTwee varianten onder dezelfde instructies vergelijkenWelk afzonderlijk verschil wil ik onderzoeken?
Naturalistisch materiaal in een vaste settingEen volledige film of doorlopend verhaal aanbiedenWelke samenhang moet het materiaal behouden?
Simulatie of VREen toekomstige omgeving laten verkennenWelke handelingen en gevolgen moet de simulatie nabootsen?
Meting op locatieEen route door een winkel of tentoonstelling onderzoekenWelke kenmerken van deze locatie zijn essentieel voor mijn vraag?

Je kunt opzetten combineren. Laat bijvoorbeeld eerst een gerichte vraag onderzoeken en plan daarna een toets in de beoogde gebruikssituatie. Spreek vooraf af welke uitkomst aanleiding geeft voor die vervolgstap.

Wat betekent ecologische validiteit hier?

Ecologische validiteit wordt vaak gebruikt voor de aansluiting van onderzoek op dagelijks gedrag, maar het begrip kent verschillende betekenissen. Holleman en collega’s (2020) bepleiten precieze contextbeschrijvingen boven een algemeen label ‘realistisch’.

Maak in je eigen briefing daarom de gewenste toepassing concreet. Wil je iets weten over eerste bezoekers op een rustige ochtend, over terugkerende klanten tijdens drukte of over medewerkers tijdens hun normale dienst? Noteer welke situatie onderzocht wordt en voor welke andere situaties je later nog bewijs wilt verzamelen.

Welke rol speelt mobiel EEG?

Mobiel EEG is één mogelijke meetmethode binnen deze benadering. Een vroege veldstudie van Debener en collega’s (2012) onderzocht een auditieve taak terwijl deelnemers buiten liepen. De auteurs rapporteerden bruikbare P300-classificatie in die specifieke opstelling. Dat bewijst geen universele geschiktheid van iedere headset of toepassing.

Kies de methode vanuit de informatie die je nodig hebt. Vraag een voorstel dat uitlegt welke meetuitkomst iets toevoegt aan observaties, taakprestaties of gesprekken. Voor de basis lees je [EEG uitgelegd](/nl/kennisbank/eeg-uitgelegd); voor een gerichte toepassing lees je [EEG in belevingsonderzoek](/nl/kennisbank/eeg-belevingsonderzoek).

Verbind de meting aan wat er gebeurt

Een mobiele registratie krijgt betekenis door de gebeurtenissen eromheen. Gramann en collega’s (2014) benadrukken binnen MoBI het gelijktijdig registreren van handelingen, omgeving en hersenactiviteit.

Vraag het onderzoeksteam vooraf te laten zien hoe het een relevant moment terugvindt. Denk aan het zien van een informatiebord, het beginnen van een gesprek of het pakken van een product. Leg vast welke registratie nodig is, welke tijdnauwkeurigheid past bij de analyse en hoe een ontbrekend fragment wordt behandeld. Verzamel alleen de contextgegevens die jouw vraag nodig heeft.

Beweging stelt eisen aan de interpretatie

In onderzoek van Gwin en collega’s (2010) verschilde de invloed van bewegingsartefacten tussen loop- en rencondities. De studie onderzocht een specifieke correctieaanpak. Daaruit volgt geen garantie dat iedere mobiele opname achteraf volledig bruikbaar te maken is.

Laat een pilot daarom de beoogde handelingen omvatten. Vraag vervolgens welk deel van de ervaring met de gekozen analyse beoordeeld kan worden. Maak ruimte in de rapportage voor ontbrekende of onvoldoende interpreteerbare momenten, zodat een ontwerpbeslissing niet op een onbeantwoord stuk van de route rust.

Zo maak je de opdracht concreet

Gebruik deze zes vragen als praktische briefingstructuur:

  1. Welke beslissing staat centraal? Beschrijf wat je wilt ontwerpen, veranderen of verder onderzoeken.
  2. Welke handeling wil je begrijpen? Benoem wat iemand doet, met welk doel en in welke omgeving.
  3. Wat moet de meting toevoegen? Vraag welke aanvullende informatie de gekozen hersenmeting kan leveren.
  4. Welke vergelijking is nodig? Beschrijf varianten of condities en bespreek hoe toewijzing en volgorde worden gekozen.
  5. Wat maakt de uitvoering bruikbaar? Laat gebeurtenissenregistratie, deelnemersselectie, meetkwaliteit en analyse onderbouwen.
  6. Waarop baseer je het advies? Spreek af hoe meetuitkomst, interpretatie, onzekerheid en aanbeveling uit elkaar worden gehouden.

Deze structuur is redactionele gesprekshulp. Het is geen vast Neurofactor-protocol of voorschrift voor een bepaald deelnemersaantal.

Fictief voorbeeld: een route door een bezoekerscentrum

Een bezoekerscentrum wil weten of nieuwe bewegwijzering helpt om zelfstandig de juiste ruimte te vinden. Het team overweegt eerst een beoordeling van bordontwerpen en daarna een routeonderzoek met mobiel EEG.

Een bruikbaar voorstel beschrijft welke routekeuzes worden vastgelegd, welke taakuitkomst centraal staat en welke specifieke EEG-analyse meer inzicht moet geven. Plan daarnaast een korte nabespreking: op welk punt twijfelde de bezoeker, en welke informatie zocht die persoon?

Stel dat bezoekers met de nieuwe borden vaker direct goed lopen, terwijl een verschil in EEG niet duidelijk te interpreteren is. Het rapport kan de route-uitkomst dan bespreken zonder er een bewezen verandering in ‘onbewuste stress’ van te maken. Het advies moet laten zien welke gegevens de ontwerpkeuze dragen en welke mogelijke verklaring nog onderzocht moet worden.

Dit is een bedacht voorbeeld. Het beschrijft geen uitgevoerde Neurofactor-case en bevat geen gemeten resultaten.

Welke vragen voorkomen te ruime conclusies?

Vraag bij een onderzoeksvoorstel en rapport:

  • Welke uitspraak gaat precies over de onderzochte deelnemers en omstandigheden?
  • Welke andere verklaring is bekeken voordat een verschil aan het ontwerp wordt toegeschreven?
  • Is de betekenis van een label als ‘betrokkenheid’ vooraf gedefinieerd en onderbouwd?
  • Welke verwachting is vooraf getoetst, en welke observatie is een nieuw aanknopingspunt?
  • Welke vervolgstap is nodig voordat het advies ook voor andere locaties wordt gebruikt?

Je hoeft niet elke onzekerheid op te lossen voordat een onderzoek nuttig is. Wel moet zichtbaar zijn wat de uitkomst ondersteunt en wat voorlopig een werkhypothese blijft.

Ontwerp de context en de meting samen

Real world neuroscience helpt je de onderzoeksvraag te verbinden aan de omstandigheden waarin een ervaring of handeling plaatsvindt. Begin met jouw beslissing, kies de relevante situatie en vraag om een navolgbare analyse. Zo kun je beoordelen wat een meting op locatie toevoegt en hoe de uitkomst in je ontwerp of strategie kan worden gebruikt.

Begrippen

Real world neuroscience
Real world neuroscience is hier de verzamelnaam voor neurowetenschappelijk onderzoek naar mensen in alledaagse of doelgericht realistische situaties, waarbij gedrag en context onderdeel zijn van de onderzoeksvraag.
Mobile brain/body imaging (MoBI)
Een concreet methodologisch aanknopingspunt is mobile brain/body imaging, afgekort MoBI: hersenregistratie verbinden met lichaamsbeweging en informatie over de omgeving. stelden hiervoor draagbare, gecombineerde meetsystemen voor.
Naturalistisch onderzoek
Werken met situaties of materialen die relevante kenmerken van het dagelijks leven bevatten, zoals een doorlopend verhaal.
Mobiele meting
Een meetopstelling die verplaatsing van de deelnemer toelaat.
Veldonderzoek
Onderzoek in de omgeving waar het gedrag plaatsvindt, bijvoorbeeld een winkel of werkplek.
Ecologische validiteit
Ecologische validiteit wordt vaak gebruikt voor de aansluiting van onderzoek op dagelijks gedrag, maar het begrip kent verschillende betekenissen. bepleiten precieze contextbeschrijvingen boven een algemeen label ‘realistisch’.

Veelgestelde vragen

Hoe bepaal ik of onderzoek op locatie zinvol is?

Beschrijf eerst welke beslissing je wilt nemen en welke handelingen daarvoor onderzocht moeten worden. Vraag het onderzoeksteam vervolgens uit te leggen welke kenmerken van de locatie onmisbaar zijn voor het antwoord.

Moet ik kiezen tussen laboratoriumonderzoek en veldonderzoek?

Je kunt beide als opeenvolgende of aanvullende stappen plannen. Leg per stap vast welke vraag wordt beantwoord en wat de aanleiding is om naar een volgende onderzoeksomgeving over te gaan.

Kan VR onderdeel zijn van mijn onderzoeksvoorstel?

Vraag welke onderdelen van jouw gebruikssituatie de simulatie nabootst en welke ontbreken. Leg vast welke conclusie je uit de simulatie wilt trekken en wat je eventueel later op locatie wilt toetsen.

Hoeveel deelnemers en meettijd heb ik nodig?

Laat het voorstel dit onderbouwen vanuit de vergelijking, gewenste precisie en hoeveelheid bruikbare gegevens. Dit artikel geeft geen vast aantal dat bij alle real-world onderzoeken past.

Wat moet ik vooraf aanleveren?

Lever de beslissing, beoogde deelnemers, relevante handelingen en mogelijke locaties aan. Voeg beschikbaar onderzoeksmateriaal toe en benoem welke uitkomst voor jou praktisch bruikbaar zou zijn.

Is het bezoekerscentrumvoorbeeld een bestaande case?

Nee. Het voorbeeld is bedacht om de onderzoekskeuzes uit te leggen. Het bevat geen daadwerkelijke meetresultaten en is niet bedoeld als bewijs voor prestaties van Neurofactor.

Bronnen

  1. 1.Shamay-Tsoory & Mendelsohn (2019). Real-Life Neuroscience: An Ecological Approach to Brain and Behavior Research. Perspectives on Psychological Science. - Perspectives on Psychological Science (2019)
  2. 2.Makeig et al. (2009). Linking brain, mind and behavior. International Journal of Psychophysiology, 73, 95–100. - International Journal of Psychophysiology (2009)
  3. 3.Hasson et al. (2004). Intersubject Synchronization of Cortical Activity During Natural Vision. Science, 303, 1634–1640. - Science (2004)
  4. 4.Holleman et al. (2020). The “Real-World Approach” and Its Problems: A Critique of the Term Ecological Validity. Frontiers in Psychology, 11, 721. - Frontiers in Psychology (2020)
  5. 5.Debener et al. (2012). How about taking a low-cost, small, and wireless EEG for a walk?. Psychophysiology, 49, 1617–1621. - Psychophysiology (2012)
  6. 6.Gramann et al. (2014). Toward a new cognitive neuroscience: modeling natural brain dynamics. Frontiers in Human Neuroscience, 8, 444. - Frontiers in Human Neuroscience (2014)
  7. 7.Gwin et al. (2010). Removal of movement artifact from high-density EEG recorded during walking and running. Journal of Neurophysiology, 103, 3526–3534. - Journal of Neurophysiology (2010)

Verwante onderwerpen

Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 24-9-2026

Martijn den Otter

Martijn den Otter

Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.

LinkedIn →