Neurofactor
Terug naar de kennisbank
Onderzoeksmethoden

Wat is eyetracking?

Wat meet eyetracking? Lees over fixaties, kalibratie, heatmaps en de combinatie met EEG. Met toepassingen, interpretatiegrenzen en wetenschappelijke bronnen.

Martijn den Otter 8 min leestijd24-9-2026
Wat is eyetracking?

Je wilt weten of mensen de belangrijkste informatie op een verpakking, website of routebord vinden. Eyetracking maakt hun kijkgedrag zichtbaar. De waarde zit in de verbinding met jouw vraag: welke informatie moeten mensen vinden, welke taak voeren ze uit en welke beslissing wil je met het onderzoek ondersteunen?

Introductie

Je wilt weten of mensen de belangrijkste informatie op een verpakking, website of routebord vinden. Eyetracking maakt hun kijkgedrag zichtbaar. De waarde zit in de verbinding met jouw vraag: welke informatie moeten mensen vinden, welke taak voeren ze uit en welke beslissing wil je met het onderzoek ondersteunen?

Wat is eyetracking?

Eyetracking is het meten van de richting en beweging van de ogen door de tijd heen, vaak om te schatten waar iemand kijkt. Het Nederlandse woord oogbewegingsregistratie beschrijft die meting. De onderzoeksrichtlijn van Dunn et al. (2024) behandelt hoe je zulke registraties rapporteert.

Gebruik de uitkomsten bijvoorbeeld om te onderzoeken of informatie wordt bekeken en welke kijkroute iemand volgt. Voor een oordeel over begrip of voorkeur plan je aanvullende vragen of taken.

Waar komt de methode vandaan?

Eyetracking is een methodefamilie met een lange onderzoeksgeschiedenis. Een invloedrijke klassieke publicatie is Eye Movements and Vision van Alfred L. Yarbus (1967). Daarin laat hij zien hoe de opdracht bij een afbeelding samenhangt met het kijkpatroon.

Dat maakt de opdracht een belangrijk onderdeel van je briefing. Iemand laten zoeken naar bezorgkosten is een andere onderzoekssituatie dan iemand vrij een productpagina laten bekijken. Schrijf beide opdrachten letterlijk uit voordat je beslist welke bij jouw vraag past. Yarbus is hier een historische referentie, geen claim over de eerste uitvinder van eyetracking.

Hoe werkt een eyetracker?

Veel videogeoriënteerde systemen gebruiken camera’s, infraroodlicht, de pupil en een reflectie op het hoornvlies om de blikrichting te schatten. Er bestaan verschillende technische benaderingen; Hansen en Ji (2010) beschrijven deze in hun overzicht.

Het resultaat bestaat uit opeenvolgende metingen met tijdstippen. De analyse vertaalt die naar de vraag van het onderzoek. Voor jouw briefing is daarom vooral relevant: op welk scherm, object of deel van de omgeving moet de blik betrouwbaar kunnen worden geplaatst?

Fixaties, saccades en areas of interest

Dit artikel gebruikt de volgende praktische begrippen:

  • Fixatie: een periode waarin de blik relatief stabiel is ten opzichte van het gekozen referentiekader. Het oog staat daarbij niet volledig stil.
  • Saccade: een snelle oogbeweging waarmee de blik naar een andere positie verschuift.
  • Area of interest (AOI): een afgebakend analysegebied, zoals een prijs, product of routebord.
  • Scanpath: de volgorde van blikposities of geselecteerde oogbewegingsgebeurtenissen door de tijd heen.

De beschrijving van fixaties en saccades sluit aan bij het klassieke werk van Yarbus. AOI en scanpath zijn hier operationele werkdefinities. Laat het onderzoeksplan aangeven hoe de software gebeurtenissen herkent en hoe gebieden worden afgebakend, vooral bij scrollen of bewegende objecten.

Kalibratie en controle van meetkwaliteit

Bij kalibratie wordt de relatie tussen het oogsignaal en bekende kijkposities ingesteld. Onderzoek van Nyström et al. (2013) laat zien dat onder meer de kalibratiemethode en oogkenmerken samenhangen met de datakwaliteit.

Vraag daarna om validatie: een afzonderlijke controle van de gemeten blik tegen bekende doelen. Laat ook ontbrekende data en eventuele herkalibratie rapporteren. Deze onderwerpen staan in de rapportagerichtlijn van Dunn et al..

Maak het concreet voor jouw materiaal. Is het nodig twee knoppen naast elkaar te onderscheiden, of gaat het om grote zones in een winkel? Vraag welke meetkwaliteit die keuze vereist en welke delen van de opname uiteindelijk bruikbaar waren. Een opgegeven meetfrequentie is op zichzelf geen antwoord op die vragen.

Welke kijkmaten kun je gebruiken?

Onderstaande tabel is een praktische keuzehulp. Leg de exacte berekening vooraf vast; namen en definities kunnen per analyse verschillen.

OnderzoeksvraagMogelijke maatVooraf vastleggen
Bereikt de blik het informatiegebied?Aandeel deelnemers met een geregistreerde fixatie in de AOINoemer, geldige meettijd en uitsluitingen
Wanneer wordt het gebied voor het eerst gefixeerd?Tijd tot eerste fixatieStartmoment en behandeling van deelnemers zonder fixatie
Hoeveel kijktijd gaat naar het gebied?Som van fixatieduren binnen de AOIWelke gebeurtenissen meetellen en welke periode je vergelijkt
In welke volgorde wordt informatie bekeken?Scanpath of overgangen tussen AOI’sVolgorde per deelnemer en regels voor gebiedstoewijzing
Keert iemand terug naar informatie?Aantal herbezoekenWanneer een bezoek eindigt en een nieuw bezoek begint

Kies één primaire maat die bij de beslissing past. Vraag bij meerdere maten wat iedere maat toevoegt. Houd ontbrekende registratie apart van een geldige opname waarin het gebied niet werd gefixeerd.

Wat laat een heatmap zien?

Een heatmap geeft een gekozen maat ruimtelijk weer met kleuren, bijvoorbeeld opgetelde fixatieduur. Lees daarom eerst de legenda: wat telt mee, over welke tijd en voor welke deelnemers? In dit artikel is dit een operationele definitie van de visualisatie.

Vraag bij een vergelijking om dezelfde schaal en berekening. Bekijk vervolgens ook de waarden per deelnemer en de relevante volgorde. Een rode plek geeft zonder verdere toelichting geen antwoord op de vraag of het ontwerp beter werkt. Gebruik de afbeelding als ingang voor de analyse en laat de conclusie onderbouwen met de vooraf gekozen maat.

Schermonderzoek, mobiele brillen en aanvullend EEG

Kies de opstelling vanuit de handeling die je wilt onderzoeken. Onderstaande indeling helpt bij een eerste briefing; het is geen ranglijst van apparaten.

OpzetVoorbeeld van een passende vraagTe bespreken bij het voorstel
Schermgebonden eyetrackingWordt de uitleg op een productpagina gevonden?Scherm, taak, scrollgedrag en exacte informatiegebieden
Mobiele eyetrackingbrilWelke route-informatie wordt tijdens lopen bekeken?Koppeling van blik aan omgeving en bruikbaarheid tijdens beweging
Eyetracking met aanvullend EEGWelke hersenrespons wordt rond geselecteerde kijkmomenten onderzocht?Meerwaarde van EEG, gezamenlijke tijdlijn en analyse van verstoringen

De eerste twee rijen beschrijven een meetopstelling. EEG is een aanvullende meetmethode die afhankelijk van het ontwerp met eyetracking kan worden gecombineerd.

Is kijken hetzelfde als aandacht, begrip of voorkeur?

Visuele aandacht kan verschuiven zonder een overeenkomstige oogbeweging. Dat onderscheid komt terug in het klassieke onderzoek van Posner, Snyder en Davidson (1980).

Maak daarom steeds expliciet welke conclusie je zoekt. Wil je vaststellen of iemand een instructie begrijpt? Voeg een begripstaak toe. Gaat het om voorkeur? Laat een keuze of beoordeling uitvoeren. Wil je weten waar iemand vastloopt? Combineer het kijkpatroon met taakuitvoering en een gerichte nabespreking.

Behandel lang kijken als een patroon waarvoor je een verklaring moet toetsen. Zet vooraf naast elkaar welke aanvullende uitkomst zou passen bij interesse, vergelijken of moeite met de informatie. Zo wordt de interpretatie controleerbaar.

En wat zegt de pupilgrootte?

Sommige eyetrackers registreren ook pupilgrootte. Volgens Mathôt (2018) hangt die onder andere samen met licht, kijkafstand, arousal en mentale inspanning. Een grotere pupil is dus geen zelfstandige voorkeursscore.

Als pupilmetingen onderdeel zijn van het voorstel, vraag dan welke verklaring wordt onderzocht en hoe de omstandigheden vergelijkbaar worden gemaakt. Laat de rapportage duidelijk scheiden welke conclusie uit blikpositie komt en welke uit pupilgegevens.

Hoe combineer je eyetracking met EEG?

Dimigen et al. (2011) registreerden oogbewegingen en EEG gelijktijdig tijdens lezen. Hun methodologische bespreking behandelt onder meer synchronisatie en verstoringen door oogbewegingen.

Formuleer voor jouw onderzoek eerst wat de combinatie moet toevoegen. Welke kijkmomenten wil je aan welke EEG-analyse koppelen? Welke vergelijking ondersteunt de gewenste conclusie? Vraag om die uitleg voordat je een extra meetmethode toevoegt. Lees ook EEG uitgelegd voor de achtergrond van die registratie.

Voorbeeld: wordt bezorginformatie gevonden?

Fictief onderzoeksvoorbeeld, zonder meetresultaten. Een webwinkel twijfelt waar de bezorginformatie op een productpagina moet staan. De beslissing is welke van twee indelingen het vinden van die informatie beter ondersteunt.

Een mogelijke opdracht luidt: “Zoek uit wanneer dit product bij je kan zijn.” Markeer vooraf het relevante informatiegebied in beide ontwerpen. Kies tijd tot eerste fixatie als één kijkmaat en laat de deelnemer daarnaast de bezorgtijd benoemen. Leg vast hoe je deelnemers zonder fixatie en onbruikbare metingen behandelt.

Vraag in het rapport om de kijkmaat én het taakantwoord. Wanneer die geen eenduidig beeld geven, laat dan zien welke ontwerpbeslissing nog niet kan worden onderbouwd. Dit voorbeeld illustreert een onderzoeksopzet; het beschrijft geen bestaande Neurofactor-case.

Wat zet je in een onderzoeksbriefing?

  1. De beslissing: welk ontwerp of welke informatie wil je verbeteren?
  2. De situatie: wie kijkt, met welke opdracht en op welk moment?
  3. De vergelijking: welke alternatieven leg je naast elkaar en hoe verdeel je deelnemers of volgorde?
  4. De analyse: welke kijkmaat, gebieden en aanvullende taak beantwoorden jouw vraag?
  5. De oplevering: vraag om meetkwaliteit, uitkomsten, onzekerheid en een advies dat bij de onderzochte situatie blijft.

Van kijkpatroon naar bruikbare beslissing

Begin met de informatie of handeling die je wilt onderzoeken. Kies vervolgens een passende registratie, leg de analyse vast en toets de interpretatie met aanvullende gegevens. Zo kun je een eyetrackingrapport beoordelen op de vraag of het jouw beslissing daadwerkelijk ondersteunt.

Begrippen

Fixatie
een periode waarin de blik relatief stabiel is ten opzichte van het gekozen referentiekader. Het oog staat daarbij niet volledig stil.
Saccade
een snelle oogbeweging waarmee de blik naar een andere positie verschuift.
Area of interest (AOI)
een afgebakend analysegebied, zoals een prijs, product of routebord.
Scanpath
de volgorde van blikposities of geselecteerde oogbewegingsgebeurtenissen door de tijd heen.

Veelgestelde vragen

Wanneer kies je eyetracking voor een onderzoek?

Begin met een concrete vraag over welke informatie mensen bekijken of vinden. Laat het voorstel uitleggen welke kijkmaat die vraag helpt beantwoorden en welke aanvullende gegevens nodig zijn voor jouw beslissing.

Welke kijkmaat moet ik kiezen?

Kies vanuit de vraag, bijvoorbeeld of een informatiegebied wordt gefixeerd, wanneer dat gebeurt of in welke volgorde. Leg de berekening, geldige meettijd en behandeling van ontbrekende waarnemingen vooraf vast.

Hoeveel deelnemers heb ik nodig?

Laat dit onderbouwen vanuit de vergelijking, gewenste precisie, variatie en verwachte bruikbare gegevens. Dit artikel geeft geen vast deelnemersaantal dat voor ieder eyetrackingonderzoek geschikt is.

Kan ik twee heatmaps rechtstreeks vergelijken?

Vraag eerst of ze dezelfde maat, tijdsperiode, schaal en deelnemersbasis gebruiken. Laat de ontwerpconclusie vervolgens onderbouwen met de gekozen analyse en uitkomsten per deelnemer.

Moet ik EEG toevoegen aan eyetracking?

Laat het voorstel eerst uitleggen welke extra vraag EEG moet beantwoorden. Bespreek de gezamenlijke tijdlijn en analyse. Voeg EEG toe wanneer de meerwaarde voor jouw onderzoeksvraag duidelijk is.

Is het webwinkelvoorbeeld een bestaande Neurofactor-case?

Nee. Het voorbeeld is fictief en bedoeld om de onderzoekskeuzes uit te leggen. Het bevat geen meetresultaten of aangetoonde verbetering van een productpagina.

Bronnen

  1. 1.Dunn et al. (2024). Minimal reporting guideline for research involving eye tracking (2023 edition). Behavior Research Methods, 56, 4351–4357. - Behavior Research Methods (2024)
  2. 2.Yarbus (1967). Eye Movements and Vision. Plenum Press, New York; Engelse editie. - Plenum Press (1967)
  3. 3.Hansen & Ji (2010). In the Eye of the Beholder: A Survey of Models for Eyes and Gaze. IEEE Transactions on Pattern Analysis and Machine Intelligence, 32(3), 478–500. - IEEE Transactions on Pattern Analysis and Machine Intelligence (2010)
  4. 4.Nyström et al. (2013). The influence of calibration method and eye physiology on eyetracking data quality. Behavior Research Methods, 45, 272–288. - Behavior Research Methods (2013)
  5. 5.Posner et al. (1980). Attention and the Detection of Signals. Journal of Experimental Psychology: General, 109(2), 160–174. - Journal of Experimental Psychology: General (1980)
  6. 6.Mathôt (2018). Pupillometry: Psychology, Physiology, and Function. Journal of Cognition, 1(1), 16. - Journal of Cognition (2018)
  7. 7.Dimigen et al. (2011). Coregistration of Eye Movements and EEG in Natural Reading: Analyses and Review. Journal of Experimental Psychology: General, 140(4), 552–572. - Journal of Experimental Psychology: General (2011)

Verwante onderwerpen

Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 24-9-2026

Martijn den Otter

Martijn den Otter

Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.

LinkedIn →