Neurofactor
Terug naar de kennisbank
Motivatie en drijfveren

Desired state en threat state: betekenis en toepassing

Wat betekenen desired state en threat state? Breng gewenste en gevreesde situaties in kaart en onderscheid ze van emoties, gedrag en hersenmetingen.

Martijn den Otter 7 min leestijd30-9-2026
Desired state en threat state: betekenis en toepassing

‘Ik wil meer verantwoordelijkheid’ vertelt nog niet wat iemand daarmee wil bereiken. Misschien gaat het om invloed, vakmanschap of vertrouwen. Evenmin verklaart ‘ik wil geen extra taak’ vanzelf wat iemand vreest. Door de gewenste en gevreesde situatie concreet te maken, zie je welke betekenis een keuze krijgt. Desired state en threat state zijn daarvoor bruikbare werktermen, zolang je hun grenzen helder houdt.

Desired state is hier de situatie die iemand in een bepaalde context wil bereiken of behouden. Threat state is de situatie die iemand vreest en wil vermijden. Het zijn beschrijvende labels voor doelgroepanalyse, geen gemeten hersentoestanden of klinische diagnoses. Onderzoek beide afzonderlijk en verbind ze met het gewenste gedrag, de verwachte gevolgen en de omstandigheden waarin de keuze plaatsvindt.

Verwante theorieën, geen gezamenlijke standaardtest

Carver en Scheier gebruiken controletheorie om zelfregulatie te beschrijven: de actuele situatie wordt vergeleken met een referentie, waarna gedrag het verschil kan verkleinen. Dat biedt een theoretische aansluiting voor het bespreken van gewenste situaties. Carver en Scheier, 1982

Higgins onderscheidt in regulatory focus onder meer gerichtheid op ambities en verwezenlijking van gerichtheid op veiligheid en verantwoordelijkheden. Dat onderscheid onderstreept dat motivatie meer omvat dan een eenvoudige positief-negatiefindeling. Higgins, 1997

Deze theorieën vormen geen validatie van een Neurofactor-score met de labels desired state en threat state. In dit artikel gebruiken we de termen als redactionele ordening van onderzoeksuitspraken. Ze zijn ook niet automatisch gelijk aan BIS/BAS-scores of aan specifieke toestanden die in ander onderzoek ‘challenge’ of ‘threat’ worden genoemd.

Wat beschrijf je precies?

Onderdeel Vraag Voorbeeld bij een nieuwe taak
Huidige situatie Wat gebeurt er nu? Onduidelijk wie beslissingen neemt
Desired state Wat wil iemand bereiken of behouden? Zelfstandig kunnen werken met duidelijke grenzen
Threat state Welke uitkomst vreest iemand? Verantwoordelijk worden zonder bevoegdheid
Emotie Hoe voelt die verwachting? Trots, twijfel of spanning
Gedrag Wat doet iemand in deze context? Eerst om mandaat vragen

Een toestand beschrijven is dus iets anders dan een emotie benoemen. ‘Rust’ kan een gewenst gevoel zijn, maar zegt nog weinig over de noodzakelijke werksituatie. ‘Weten wie ik kan inschakelen wanneer een besluit buiten mijn mandaat valt’ is concreter. Beide mogen op een doelgroepkaart staan, mits hun functies verschillen.

Gewenst en gevreesd zijn niet altijd elkaars spiegelbeeld

Iemand kan groeien in zijn vak willen en tegelijk vrezen dat extra zichtbaarheid tot fouten in het openbaar leidt. Het verlangen is dan ontwikkeling; de gevreesde situatie gaat over reputatie. Alleen ‘meer zekerheid’ beloven behandelt niet automatisch beide kanten. Onderzoek welke combinatie voor deze persoon relevant is.

Ook behoud kan een gewenste toestand zijn. Een ervaren medewerker wil misschien kwaliteit vasthouden tijdens een verandering. Dat is niet vanzelf weerstand tegen vernieuwing. Evenmin betekent een gevreesde uitkomst dat iemand angstig is als persoon. De verwachting kan rationeel samenhangen met beschikbare tijd, eerdere ervaringen of ontbrekende bevoegdheden.

Vermijd daarom vaste profielen als ‘de groeizoeker’ en ‘de angstige’. Dezelfde persoon kan in de ene beslissing kansen zoeken en in een andere beslissing vooral een onaanvaardbare uitkomst proberen te voorkomen. Noteer de taak en context naast iedere formulering.

Zo onderzoek je beide situaties

  1. Beschrijf één concrete keuze of handeling.
  2. Vraag wat een goede uitkomst voor de deelnemer zou betekenen.
  3. Vraag afzonderlijk welke uitkomst hij of zij wil voorkomen.
  4. Laat beide antwoorden toelichten met een herkenbare situatie.
  5. Onderscheid verwachtingen van feitelijke voorwaarden.
  6. Onderzoek welke informatie, ervaring of ondersteuning verschil kan maken.
  7. Toets de interpretatie bij andere deelnemers en in een passende vervolgmethode.

Gebruik open vragen zoals ‘Wanneer zou deze taak voor jou goed verlopen?’ en ‘Wat zou maken dat je er liever niet aan begint?’ Begin niet met ‘Ben je bang om te falen?’ Die vraag introduceert zelf een interpretatie. Een associatietaak kan aanknopingspunten leveren; een nadere toelichting helpt vaststellen welke betekenis achter de woorden zit.

Voorbeeld: een medewerker wordt projectleider

Een fictieve organisatie vraagt medewerkers een tijdelijk project te leiden. Een deelnemer associeert de rol met ‘invloed’ en ‘afgerekend worden’. Het team onderzoekt of invloed betekent dat de deelnemer besluiten wil kunnen nemen, en of afgerekend worden verwijst naar verantwoordelijkheid zonder voldoende ondersteuning.

Op de kaart komt als voorlopige desired state: ‘Een project kunnen sturen met duidelijk mandaat en toegang tot deskundigheid.’ De voorlopige threat state is: ‘Alleen verantwoordelijk worden voor resultaten die ik niet kan beïnvloeden.’ Deze zinnen zijn interpretaties die de onderzoeker teruglegt bij deelnemers; ze zijn geen citaten of gemeten groepsresultaten.

De vervolgstap is niet uitsluitend een enthousiasmerende uitnodiging. De organisatie controleert eerst of mandaat, begeleiding en escalatiemogelijkheden werkelijk geregeld zijn. Vervolgens kan zij toetsen of een heldere beschrijving van die voorwaarden het begrip en de bereidheid verandert. Het voorbeeld veronderstelt geen gegarandeerd effect.

Hoe voorkom je overlap in de doelgroepkaart?

Gebruik desired state voor de gewenste situatie en emotioneel voordeel voor het gevoel dat daarbij hoort. Gebruik threat state voor de gevreesde uitkomst en emotionele pijn voor het ervaren gevoel bij de huidige problematiek. Het belangrijkste pijnpunt beschrijft vervolgens het concrete probleem dat nu aandacht vraagt.

Deze verdeling is een redactionele afspraak. Niet ieder model gebruikt dezelfde labels. Het voordeel van de afspraak is dat iedere rij een eigen vraag beantwoordt. Een kaart met vijf varianten van ‘meer zekerheid’ lijkt volledig, maar helpt niet kiezen welke informatie of verandering nodig is.

Van toestand naar communicatie

Vertaal de gewenste situatie naar een controleerbare belofte en de gevreesde situatie naar een eerlijk antwoord op de relevante voorwaarde. Benoem wat het aanbod werkelijk ondersteunt, met passend bewijs. Als een risico blijft bestaan, maak dat begrijpelijk in plaats van het met geruststellende taal te verbergen.

Test niet alleen welke boodschap aantrekkelijker klinkt. Vraag ook wat iemand denkt dat er wordt beloofd en welke vervolgstap haalbaar lijkt. Een prettige formulering kan anders een verwachting wekken die het aanbod niet waarmaakt. Houd begrip, geloofwaardigheid en gedrag als afzonderlijke uitkomsten zichtbaar.

Veelgemaakte fouten

  • De termen als gemeten hersentoestanden presenteren.
  • Positieve en negatieve woorden automatisch aan twee vaste typen koppelen.
  • De gevreesde toestand invullen zonder deelnemers te raadplegen.
  • Een praktische beperking behandelen als een emotioneel probleem.
  • Dezelfde zin herhalen bij doel, pijn, voordeel en toestand.
  • Algemene motivatietheorie als validatie van een eigen score gebruiken.

Beschrijf waar iemand naartoe wil en wat op het spel staat

Desired state en threat state maken motivatie bruikbaar wanneer ze concrete situaties beschrijven. Houd die situaties gescheiden van gevoelens, gedrag en metingen. Zo helpt de doelgroepkaart begrijpen welke belofte relevant is, welke voorwaarde aandacht vraagt en wat een vervolgstap daadwerkelijk mogelijk maakt.

Begrippen

Desired state en threat state
Desired state is hier de situatie die iemand in een bepaalde context wil bereiken of behouden. Threat state is de situatie die iemand vreest en wil vermijden. Het zijn beschrijvende labels voor doelgroepanalyse, geen gemeten hersentoestanden of klinische diagnoses. Onderzoek beide afzonderlijk en verbind ze met het gewenste gedrag, de verwachte gevolgen en de omstandigheden waarin de keuze plaatsvindt.

Veelgestelde vragen

Wat zijn desired state en threat state?

Desired state is hier de situatie die iemand in een bepaalde context wil bereiken of behouden. Threat state is de situatie die iemand vreest en wil vermijden. Het zijn beschrijvende labels voor doelgroepanalyse, geen gemeten hersentoestanden of klinische diagnoses. Onderzoek beide afzonderlijk en verbind ze met het gewenste gedrag, de verwachte gevolgen en de omstandigheden waarin de keuze plaatsvindt.

Zijn deze labels hetzelfde als BIS/BAS of gemeten hersentoestanden?

De besproken theorieën van Carver en Scheier en van Higgins vormen geen validatie van een Neurofactor-score met de labels desired state en threat state. In dit artikel gebruiken we de termen als redactionele ordening van onderzoeksuitspraken. Ze zijn ook niet automatisch gelijk aan BIS/BAS-scores of aan specifieke toestanden die in ander onderzoek ‘challenge’ of ‘threat’ worden genoemd.

Wat is het verschil tussen een situatie en een emotie?

Een toestand beschrijven is dus iets anders dan een emotie benoemen. ‘Rust’ kan een gewenst gevoel zijn, maar zegt nog weinig over de noodzakelijke werksituatie. ‘Weten wie ik kan inschakelen wanneer een besluit buiten mijn mandaat valt’ is concreter. Beide mogen op een doelgroepkaart staan, mits hun functies verschillen.

Zijn gewenst en gevreesd altijd elkaars tegenpool?

Iemand kan groeien in zijn vak willen en tegelijk vrezen dat extra zichtbaarheid tot fouten in het openbaar leidt. Het verlangen is dan ontwikkeling; de gevreesde situatie gaat over reputatie. Alleen ‘meer zekerheid’ beloven behandelt niet automatisch beide kanten. Onderzoek welke combinatie voor deze persoon relevant is.

Hoe voorkom je overlap met pijn en emotioneel voordeel?

Gebruik desired state voor de gewenste situatie en emotioneel voordeel voor het gevoel dat daarbij hoort. Gebruik threat state voor de gevreesde uitkomst en emotionele pijn voor het ervaren gevoel bij de huidige problematiek. Het belangrijkste pijnpunt beschrijft vervolgens het concrete probleem dat nu aandacht vraagt.

Welke vragen kun je aan deelnemers stellen?

Gebruik open vragen zoals ‘Wanneer zou deze taak voor jou goed verlopen?’ en ‘Wat zou maken dat je er liever niet aan begint?’ Begin niet met ‘Ben je bang om te falen?’ Die vraag introduceert zelf een interpretatie. Een associatietaak kan aanknopingspunten leveren; een nadere toelichting helpt vaststellen welke betekenis achter de woorden zit.

Bronnen

  1. 1.Charles S. Carver, Michael F. Scheier (1982). Control theory: A useful conceptual framework for personality–social, clinical, and health psychology. Psychological Bulletin 92(1), 111–135. - Psychological Bulletin 92(1), 111–135 (1982)
  2. 2.E. Tory Higgins (1997). Beyond pleasure and pain. American Psychologist 52(12), 1280–1300. - American Psychologist 52(12), 1280–1300 (1997)

Verwante onderwerpen

Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 30-9-2026

Martijn den Otter

Martijn den Otter

Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.

LinkedIn →