Neurofactor
Terug naar de kennisbank
Doelgroepanalyse

Gedragsdiagnostisch raamwerk: betekenis en toepassing

Wat is een gedragsdiagnostisch raamwerk? Onderzoek gedrag, vaardigheden, omstandigheden en motivatie en vertaal verklaringen naar toetsbare verbeteringen.

Martijn den Otter 6 min leestijd30-9-2026
Gedragsdiagnostisch raamwerk: betekenis en toepassing

Een campagne kan veel aandacht krijgen terwijl het gewenste gedrag uitblijft. Mensen begrijpen de boodschap misschien wel, maar missen tijd, vaardigheden of toestemming. Een gedragsdiagnostisch raamwerk helpt om zulke verklaringen ordelijk te onderzoeken. Het begint niet bij de tekst die je wilt maken, maar bij de handeling die in een bepaalde situatie wel of niet plaatsvindt.

Een gedragsdiagnostisch raamwerk is een gestructureerde manier om mogelijke verklaringen voor gedrag te onderzoeken en passende vervolgstappen te kiezen. ‘Diagnostisch’ betekent hier gedragsanalyse, geen klinische diagnose. Het raamwerk ordent vragen en gegevens; het bewijst niet automatisch welke oorzaak doorslaggevend is. Beschrijf gedrag, context, barrières en mogelijkheden en toets daarna de gekozen verklaring en interventie.

Twee wetenschappelijke aanknopingspunten

Michie, Van Stralen en West introduceerden de Behaviour Change Wheel, met COM-B als centraal model: capability, opportunity en motivation in relatie tot behaviour. In het Nederlands gaat het om bekwaamheid, gelegenheid, motivatie en gedrag. Michie, Van Stralen en West, 2011

Het Theoretical Domains Framework biedt een uitgebreidere ordening. Cane, O’Connor en Michie onderzochten de domeinstructuur met deskundigen en onderscheidden veertien domeinen. Dat onderzoek valideert niet iedere toepassing of interventie die later op het raamwerk wordt gebaseerd. Cane, O’Connor en Michie, 2012

‘Gedragsdiagnostisch raamwerk’ is in dit artikel een algemene omschrijving van de werkwijze. Een eigen combinatie van doelgroepsegmenten, associaties en meetinstrumenten moet afzonderlijk worden beschreven en onderbouwd. Het gebruik van een bekend model maakt de volledige eigen methode niet vanzelf wetenschappelijk gevalideerd.

Welke verklaring onderzoek je?

Invalshoek Onderzoeksvraag Mogelijke gegevens
Bekwaamheid Weet en kan iemand wat nodig is? Taakuitvoering, uitleg, oefening
Gelegenheid Maken omgeving en afspraken het mogelijk? Procesobservatie, tijd, toegang, mandaat
Motivatie Welke verwachtingen en prioriteiten spelen mee? Gesprekken, associaties, afwegingen
Gedrag Wat gebeurt er daadwerkelijk? Passende observaties of registraties

Deze tabel is een praktische vereenvoudiging, geen complete COM-B-vragenlijst. De invalshoeken zijn niet bedoeld als losstaande vakjes die nooit samenhangen. Iemand kan een handeling belangrijk vinden én niet weten hoe die moet. Gebruik de ordening om ontbrekende vragen te ontdekken, niet om te snel één oorzaak aan te wijzen.

Combineer gegevens die verschillende vragen beantwoorden

Een interview laat zien hoe iemand een situatie beschrijft. Een associatietaak geeft aanwijzingen over betekenissen die bij een cue naar voren komen. Een procesobservatie kan laten zien waar de uitvoering vastloopt. Geen van die gegevensbronnen hoeft op zichzelf het volledige mechanisme te verklaren.

Kies methoden op basis van de hypothese. Als deelnemers zeggen dat een formulier te veel tijd vraagt, kun je de benodigde stappen en tijd onderzoeken. Als ze verwachten dat een melding tegen hen wordt gebruikt, moet je betekenis, eerdere ervaringen en werkelijke opvolging bekijken. Alleen het formulier vereenvoudigen behandelt dat tweede probleem niet automatisch.

Leg tegenstrijdigheden vast. Wanneer mensen een taak eenvoudig noemen maar er tijdens uitvoering op vastlopen, is dat geen reden om één bron te negeren. Het is aanleiding om de taak, instructie of context beter te onderzoeken. Een bruikbaar raamwerk maakt onzekerheid zichtbaar.

Van analyse naar een toetsbare ingreep

  1. Definieer het gedrag en de huidige situatie.
  2. Bepaal wie handelt en wie invloed heeft op de voorwaarden.
  3. Verzamel gegevens over bekwaamheid, gelegenheid en motivatie.
  4. Formuleer meerdere mogelijke verklaringen.
  5. Kies de best onderbouwde, beïnvloedbare verklaring voor een eerste toets.
  6. Ontwerp een ingreep die bij dat mechanisme past.
  7. Leg vooraf vast welke uitkomsten verbetering zouden aantonen.
  8. Evalueer ook uitvoerbaarheid en onbedoelde effecten.

Noteer telkens waarom de ingreep logisch volgt uit de analyse. ‘Meer uitleg’ past bij ontbrekende kennis, maar niet automatisch bij ontbrekend mandaat. ‘Meer urgentie’ kan weinig oplossen wanneer het proces geen tijd biedt. De redenering moet controleerbaar blijven voor iemand die niet bij het onderzoek aanwezig was.

Voorbeeld: medewerkers melden een probleem niet

Een fictief team wil dat medewerkers technische storingen eerder melden. Een eerste aanname is dat zij het belang onvoldoende zien. De onderzoeker bekijkt echter ook of de meldroute bereikbaar is, of de vereiste informatie beschikbaar is en of medewerkers weten wat na een melding gebeurt.

Het team formuleert drie hypotheses: de route is onduidelijk, de registratie kost te veel handelingen of de verwachte opvolging is ongunstig. Het verzamelt voor iedere hypothese passend bewijs. Dit voorbeeld bevat geen onderzoeksresultaat; de mogelijke verklaringen blijven open totdat ze zijn onderzocht.

Als de route het belangrijkste probleem blijkt, kan een kleine procesaanpassing worden getest. Als de opvolging onveilig wordt gevonden én feitelijk problematisch is, vraagt dat aandacht voor het werkproces en leidinggevend gedrag. Een poster met ‘meld het meteen’ is dan geen volledige oplossing. De evaluatie kijkt naar bruikbare meldingen en afhandeling, niet alleen naar campagnebereik.

De rol van associatieve doelgroepen

Gedeelde associaties kunnen helpen groepen afbakenen die dezelfde situatie verschillend interpreteren. De ene groep verbindt melden met ‘helpen’, een andere met ‘schuld krijgen’. Dat is een aanwijzing voor een relevante onderzoeksvraag, geen bewijs dat de tweede groep minder verantwoordelijk is.

Plaats zulke betekenissen naast omstandigheden en gedrag. Een doelgroepkaart ondersteunt de analyse wanneer zij laat zien welke afwegingen gedeeld worden en welke voorwaarden per groep verschillen. Demografie kan de groep beschrijven, maar vormt geen vervanging voor onderzoek naar het mechanisme.

Veelgemaakte fouten

  • Beginnen met een campagne voordat het gedrag is beschreven.
  • Elk probleem aan motivatie toeschrijven.
  • Een raamwerk behandelen als een gevalideerde diagnose van personen.
  • Alleen zelfrapportage gebruiken voor een claim over werkelijk gedrag.
  • De gekozen oplossing achteraf presenteren als de enige mogelijke verklaring.
  • Meer aandacht of positieve reacties als volledige gedragsverandering rapporteren.

Een raamwerk moet betere vragen opleveren

De waarde van gedragsdiagnostiek zit in de verbinding tussen waarneming, verklaring en vervolgstap. Een goed raamwerk helpt die verbinding expliciet maken en testen. Zo wordt communicatie onderdeel van een passende oplossing, met oog voor de vaardigheden en omstandigheden die uitvoering mogelijk maken.

Begrippen

Gedragsdiagnostisch raamwerk
Een gedragsdiagnostisch raamwerk is een gestructureerde manier om mogelijke verklaringen voor gedrag te onderzoeken en passende vervolgstappen te kiezen. ‘Diagnostisch’ betekent hier gedragsanalyse, geen klinische diagnose. Het raamwerk ordent vragen en gegevens; het bewijst niet automatisch welke oorzaak doorslaggevend is. Beschrijf gedrag, context, barrières en mogelijkheden en toets daarna de gekozen verklaring en interventie.

Veelgestelde vragen

Wat is een gedragsdiagnostisch raamwerk?

Een gedragsdiagnostisch raamwerk is een gestructureerde manier om mogelijke verklaringen voor gedrag te onderzoeken en passende vervolgstappen te kiezen. ‘Diagnostisch’ betekent hier gedragsanalyse, geen klinische diagnose. Het raamwerk ordent vragen en gegevens; het bewijst niet automatisch welke oorzaak doorslaggevend is. Beschrijf gedrag, context, barrières en mogelijkheden en toets daarna de gekozen verklaring en interventie.

Hoe maak je een gedragsdoel concreet?

‘Meer betrokkenheid’ is een doel, maar nog geen duidelijk gedrag. ‘Een teamlid bespreekt tijdens het overdrachtsmoment één onopgelost knelpunt met de aangewezen collega’ beschrijft wie wat doet en wanneer. Zo'n formulering helpt bepalen wat je observeert en welke voorwaarden je moet onderzoeken.

Waarom combineer je interviews en observaties?

Een interview laat zien hoe iemand een situatie beschrijft. Een associatietaak geeft aanwijzingen over betekenissen die bij een cue naar voren komen. Een procesobservatie kan laten zien waar de uitvoering vastloopt. Geen van die gegevensbronnen hoeft op zichzelf het volledige mechanisme te verklaren.

Wat doe je als gegevens elkaar tegenspreken?

Leg tegenstrijdigheden vast. Wanneer mensen een taak eenvoudig noemen maar er tijdens uitvoering op vastlopen, is dat geen reden om één bron te negeren. Het is aanleiding om de taak, instructie of context beter te onderzoeken. Een bruikbaar raamwerk maakt onzekerheid zichtbaar.

Hoe kies je een passende interventie?

Noteer telkens waarom de ingreep logisch volgt uit de analyse. ‘Meer uitleg’ past bij ontbrekende kennis, maar niet automatisch bij ontbrekend mandaat. ‘Meer urgentie’ kan weinig oplossen wanneer het proces geen tijd biedt. De redenering moet controleerbaar blijven voor iemand die niet bij het onderzoek aanwezig was.

Maakt COM-B een eigen methode automatisch gevalideerd?

‘Gedragsdiagnostisch raamwerk’ is in dit artikel een algemene omschrijving van de werkwijze. Een eigen combinatie van doelgroepsegmenten, associaties en meetinstrumenten moet afzonderlijk worden beschreven en onderbouwd. Het gebruik van een bekend model maakt de volledige eigen methode niet vanzelf wetenschappelijk gevalideerd.

Bronnen

  1. 1.Susan Michie, Maartje M. van Stralen, Robert West (2011). The behaviour change wheel: A new method for characterising and designing behaviour change interventions. Implementation Science 6, 42. - Implementation Science 6, 42 (2011)
  2. 2.James Cane, Denise O’Connor, Susan Michie (2012). Validation of the theoretical domains framework for use in behaviour change and implementation research. Implementation Science 7, 37. - Implementation Science 7, 37 (2012)

Verwante onderwerpen

Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 30-9-2026

Martijn den Otter

Martijn den Otter

Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.

LinkedIn →